Reisblog
- Last update: 2010-12-19
-
- Thuis! (2010-12-19)
- na 20 000km en ongeveer 165 dagen zijn we terug thuis!
We gaan van de kerstdagen genieten met de families, maar we hebben nog wel wat tijd vrij ook. Als iemand ons nog wil zien, kan je nog mailen of bellen naar Marieke.
Bedankt aan iedereen die onze blog heeft gevolgd. Het was erg prettig en motiverend om de vele reacties te lezen die we kregen.
En voor de nieuwsgierigen: we zijn niet met 3 teruggekeerd :-)
-
- drie dagen Wenen (2010-12-09)
- Nog even een korte update:
We zitten ondertussen al drie dagen in Wenen: We vonden een couchsurfster buiten de stad met een grot huis voor haar alleen. We hebben hier een eigen kamer en voelen ons dus erg op ons gemak om efjes te bekomen. Couchsurfster Bianca is trouwens een heel sympathiek meisje. We hebben het dus getroffen! Nu we hier in een modern huis met vloerverwarming zitten is de heimwee naar ons huisje precies overgegaan. De tijd begint zelfs nogal rap te korten, want de 20ste moeten we toch wel weer thuis zijn.
Vanavond gaan we langs bij Martin, een gast die we in Montenegro een lift gaven en bij wie we nu kunnen slapen. Morgen gaan we dan naar Salzburg waar we normaalgezien in het appartementje van een couchsurfster terecht kunnen die zelf in Munchen zit maar ons vertrouwt. Wat een eer! En daarna gaan we nog maar eens couchsurfen in de buurt van Munchen. t Ziet er dus niet meteen naar uit dat we nog in onze bevroren Sven gaan moeten slapen of ons blauw gaan betalen aan hotels.
Oef! t Is precies wel een heel andere reis die we nu maken. We bezoeken bijna alleen maar steden en kamperen helemaal niet meer. Anders maar ook leuk. t Is wel een stuk vermoeiender dus uitgerust gaan we waarschijnlijk niet zijn als we weer thuis zijn. Maar t is alleszins interessant. Na Boedapest zijn we een stukje door Slowakije gereden en hebben we een toertje gedaan in Bratislava. Een eerder kleine hoofdstad, maar heel mooi. Daar willen we nog wel eens terug als t mooier weer is.
De laatste dagen hebben we Wenen verkend en wat musea gedaan. De stad is mooi, maar wat overweldigend met al die imposante historische gebouwen die aan cremetaarten doen denken.
Bert is wat ziekjes aan het worden maar ja, als hij niet met azijn wil gorgelen (tip van zijn oma) zal hij de gevolgen van een zere keel moeten dragen he.
Enfin, we verzorgen ons wel hoor!
Vele groetjes en tot binnenkort!
-
- De eindspurt (2010-12-05)
- amai
we zitten momenteel in Boedapest waar het de stenen uit de grond vriest. De laatste week was een sneltrein. We sjeesden door Bulgarije (mooi landschap, maar heel, heel erg arm land). Dan zaten we een nacht vast aan de grens met Servië, omdat we nog altijd met onze internationaal geseinde nummerplaat rijden. Veel heen-en-weer-gebel tussen iemand van Shengen, de Belgische politie en de ambassade in Sofia. Uiteindelijk lieten ze ons gaan, omdat niemand precies weet hoe dat opgelost moet worden. Joepie!
We reden heel snel Servie door. Geen EU, maar veel rijker dan Bulgarije. Misschien maffia? We bezochten Belgrado in enkele uren (koud en niet zo spectaculair vonden we)
Boekarest in Roemenië bezochten we niet meer, omdat we ontdekten dat het museum dat we wilden bezoeken enkele dagen gesloten was.
We konden wel mooie de Donau volgen, zoals we gepland hadden. Zo vermijden we bergen en is de temperatuur iets beter (al betwijfelen we dat hier). Machtige rivier trouwens amai!
Enfin, Na Servië reden we door naar Hongarije, waar de grenscontrole blijkbaar veel lakser is. Ze keken wel in de koekjeskast, maar niet in onze badkamer...
We kwamen op een camping nabij Boedapest. De oude eigenaar was nogal verbitterd over het leven in Hongarije. Er is blijkbaar heel veel armoede (en die zie je ook in de stad) sedert de EU. DE grote bedrijven komen wel, maar de lokale bevolking wint daar niks bij. Veel werkloosheid is het gevolg als die fabrieken dan ook nog eens sluiten.
Het toerisme is volgens die man ook nog maar een tiende van tien jaar geleden. Hij wil zijn camping dan ook verkopen, zoals zoveel campingeigenaars hier...
Nu, voor ons was het hier een kleine hel, omdat we voor het eerst terug in de sneeuw zaten en in de vrieskou. s avonds kunnen we net genoeg verwarmen, maar s nachts zetten we de verwarming uit met als gevolg dat tegen de ochtend alles bevroren is. Niet prettig opstaan zo.
We gaan de komende tijd dan ook hotels zoeken of couchsurfen. Morgen hebben we al een plekje in Wenen waar we twee dagen mogen overnachten. Tof!
Daarna gaan we snel terug naar huis, waar een deftige verwarming is en een groot, zacht donsdeken.
vele groeten
Bert en Marieke
ps: straks gaan we hier de sjieke badhuizen bezoeken, omdat we ons ook niet meer kunnen wassen. Ik heb het nog geprobeerd om een beetje te wrijven met een ijspegel, maar leuk is dat niet!
-
- net in Bulgarije (2010-11-27)
- hei
ik typte gisterne nog een verslagje vanuit Turkije. ondertussen zitetn we in Bulgarije en morgen wellicht in Roemenie, waar we nog Boekarest zullen bezoeken
veel leesplezier en geen paniek: we leven dus nog :)
Marie is de hamam gaan bezoeken hier in Edirne. Ikzelf ben wat mottig en blijf in de auto. Tijd dus om een nieuw verslagje te typen.
Het is vandaag wellicht onze laatste dag in Turkije. Bulgarije (hier zeggen ze Bulgaristan) is maar 15 km verder. We zijn er nog niet echt op voorbereid. Pas gisteren lazen we dat Bulgarije in april heeft afgezien van de invoering van de Euro, zodat we nog maar eens geld zullen moeten wisselen.
We hebben nog een dikke drie weken voor de boeg en willen nog door Roemenië, Servië, misschien Slowakije, Oostenrijk en Duitsland. We zullen goed moeten doorrijden!
Nog over Turkije: tijdens onze tijd aan de zee, waar we enkele heerlijke dagen doorbrachten op een bijna verlaten camping bij Kas, werd het weer dag na dag slechter, waardoor we al vrij snel de tocht naar Istanbul begonnen. Toevallig arriveerden we op een avond in het stadje Selcuk, waar de ruïnes van Efese bleken te liggen. Dat is de bestbewaarde Romeinse stad van het Middellandsezeegebied lezen we hier. We waren eerst niet van plan te gaan, maar de druk was te groot. De prijs was tamelijk hoog (10 euro pp), maar het was de moeite, al had ik moeite met de vele replicas en ook met de massa mensen van een net aangemeerd cruiseschip. Het kleine museum, met onder andere een bekend beeldje van de god Priapus (met een enorm groot derde been) was dan wel weer enorm boeiend.
In Selcuk aten we ook de lekkerste “Pide” (Turkse pizza) van de reis. Voor Marieke is het eten hier trouwens een uitdaging. Het is echt een vleesland. Vegetarische alternatieven bestaan niet echt, waardoor ze de broodjes met kaas (burek) en de pide met paddenstoelen al ferm beu is. Sedert ik profitariër geworden ben (ik eet alleen nog vlees als het me aangeboden wordt -inclusief op restaurant-) bereiden we zelf geen vlees meer. Van thuis hadden we wel een hele voorraad poedertjes mee, maar die raken stilaan uitgeput.
Op een dag wilde Marieke “çikofte” uitproberen, iets met bulgur en kruiden, maar wegens het ontbreken van een gebruiksaanwijzing op de verpakking werd het iets met de consistentie van buikloop (hoewel het lekker smaakte!)
We hebben er weinig hoop op dat de komende landen meer vegetarische alternatieven zullen bieden, dus wordt het even op de tanden bijten...
Enfin, na Selcuk reden we naar de zuidkust van de zee van Marmarra, waar we de volgende dag de overzetboot gingen nemen naar Istanbul, kwestie van het drukke verkeer door de stad te vermijden.
Die avond bleek onze boiler echter stuk, waardoor ik in regen en wind ons dak op moest om alles los te vijzen (en altijd blijkt de allerlaatste vijs dan te verroest. Grrr!). Enfin, na enkele uren sleutelen ben ik er -en ik zeg dit met de nodige trots- in geslaagd om onze boiler te herstellen. Blijkbaar was een spinnetje zo onvoorzichtig geweest om een dicht web te maken in de doorgang van het gas, waardoor het de verkeerde kant opstroomde en de vlam naar buiten sloeg...
Ik wil hier even Mariekes dagboek citeren (nu ze er niet is, hihi): “Qué marido genial tengo!”. (soms schrijft ze Spaans in haar dagboek)
Ondertussen heb ik al heel wat moeten herstellen eigenlijk. De verwarming, de waterpomp, de lekkende dakramen, de kranen, de frigo... maar alles werkt nu dus zoals het hoort. We hopen dan ook dat we een goeie prijs krijgen als we de Sven doorverkopen, zeker nadat we gisteren ook nog de carrosserie lieten herstellen (uitbuilen en opnieuw lakken).
We namen dus de overzetboot naar Istanbul. Anderhalf uur op een rustige zee, maar toch net genoeg deining om Marieke lichtjes zeeziek te maken (aldus Bert, die er volgens mij meer last van had dan ik – noot van Marieke). Een grappig fenomeen op die boot (en ook op bussen trouwens) is dat ze de mensen vragen om de gsm uit te zetten. Zogezegd om de apparatuur niet te verstoren. Dat in de rest van de wereld het openbaar vervoer daar geen last van heeft, ontgaat ze blijkbaar. Ze gehoorzamen dan ook braaf, wat erg verwonderlijk is omdat de gsm wel lijkt uitgevonden voor de Turken. Ongelofelijk hoe vaak ze staan te bellen. Soms met 2 gsms tegelijk (niet gezeverd!)
Istanbul bezochten we in een dag of 4. De stad heeft enorm veel te bieden, maar ik vermoed dat we al te hoge verwachtingen hadden. Niet dat we teleurgesteld zijn, maar ook niet meer dan dat. De bazaar was nu niet erg anders dan de tientallen bazaars in andere steden. De moskeeën waren wel groter, maar daarom niet veel mooier dan die in andere steden (hoewel de Aya Sofia me wel aangreep). Marieke vond het dan weer -terecht- jammer dat het oude stadsdeel wel etnisch gezuiverd lijkt, zodat je enkel toeristen ziet en ook aldus behandeld wordt door de verkopers...
Maar misschien is het ook gewoon de vermoeidheid en onze verwaandheid die ons parten speelt. We zagen al zoveel moois dat we oververzadigd worden...
In Istanbul spraken we af met 2 meisjes (het bleken er uiteindelijk 5), waardoor we nog wat meer konden ingaan in de cultuur en de politiek. Het land is enorm divers en complex, waardoor het ook voor ons (die al vele uithoeken zagen), moeilijk te vatten is. We praatten languit over het onderwijs, de taal, de invloed van de militairen, het omstreden referendum van september, de invloed van de huidige religieuze partij van Erdogan en over de spannende al-dan-niet toetreding tot de Europese Unie.
Wat mij betreft is het niet logisch zon sterk strategische en ontwikkelde partner niet toe te laten en Albanië bijvoorbeeld wel...
Verder nog wat weetjes:
-ik ben mijn bankkaart kwijt (vergeten in een automaat)
-we hebben eindelijk een nieuwe nummerplaat (laten maken voor 5 euro in een reclamebedrijf)
-de was droogt niet zo goed, nu ze binnen in de auto moet drogen
-ik kocht een nieuw en sjiek horloge
-ik verlang enorm naar frietjes met stoofvleessaus! Gelieve dan ook geen mails meer te sturen om me jaloers te maken!
-we maken veel boel over kleine dingen, maar maken het altijd weer goed! Het zal goed zijn om weer tegen onze maten te kunnen klagen over onze wederhelft :-)
-Attaturk is nog altijd absurd populair bij zijn aanhangers
-een gsm kopen is hier geen goed idee omdat je een heleboel papieren moet invullen om te registreren.
-we hebben voor het laatst de dure Turkse diesel getankt
-enkel dronken of onwetende toeristen dragen een Fes (dat rode hoedje met een lintje). Sedert Attaturk het verbood, is het omstreden en dragen de gelovige mannen een kleine mutsje of helemaal niks.
-ik ben die liefelijke gezangen uit de moskee snachts al kotsbeu! Dan liever terug de kerkklokken van onze Madeleinekerk in Brugge
-Marieke is terug van de hamam en heeft het goed gehad als enige bezoekster. Al was de massage wel erg zacht...
-ik kocht mezelf een wollen onderhemdje waardoor ik het zalig warm heb hier onder de dekens op de zetel. Ik ga nog een tukje doen nu! Doei!
Ps: in Brugge loopt van 27 november tot 12 december een rondreizende fototentoonstelling in het kader van “Brugge Centraal”. Daar hangen normaal ook twee fotos van mij tussen die ik maakte in opdracht van Tapis Plein vzw. Ik zal ze zelf niet zien, dus wil iemand eens gaan kijken?
-
- Terug in Turkije (2010-11-10)
- Zo terwijl Marieke de afwas doet, kan ik eindelijk beginnen aan nog een verslagje.
Ik zal proberen om t chronologisch te doen. En in t kort.
Zowat 2 weken geleden alweer verlieten we Iran. In de laatste weken in Iran hebben we nog heel wat plaatsen bezocht.
We reden een stuk door een zandwoestijn en door bergen naar Yasd. Een oude stad die vooral uit modder is opgetrokken. Ook Kashan, waar we nog eens op hotel gingen, was zon soort stad. Daar bezochten we nog indrukwekkende gebouwen en zagen we windtorens. Die natuurlijke ventilatie gebruikten ze om de huizen te koelen. Dat systeem werkt nog steeds uitstekend en t is nodig ook. In die woestijnsteden was t overdag nog tegen de 40 graden. Gelukkig was er veel schaduw.
Later gingen we “of the beaten track”, zoals de reisgidsen dat zo lelijk omschrijven. We reden door ferm bergachtig Koerdisch gebied in Iran om een oude versterkte burcht te bezoeken (Taksht-e-suleiman – zie fotos). Helaas hadden we weer wat teveel geremd en was het bang en langzaam verderrijden tot de remmen weer afgekoeld waren. Enfin, we deden er uiteindelijk drie dagen over, maar t was wel de moeite. De landschappen daar waren heerlijk zacht en kleurrijk in vergelijking met de woestijn waar we uit kwamen.
Aja: onderweg zijn we ook nog snel in Qom gepasseerd. Dat is het machtscentrum van de religieuze conservatieven in Iran en dus niet zo fijn als westerling. Daar zagen we de nogal frappante muurtekening die je ook in de fotos kan zien. Het Iraanse leger behaalt er een glorieuze overwinning op de Amerikaanse arend...Tjah.
Gelukkig hebben we uit de vele gesprekken met de mensen daar begrepen dat ze de politiek van Ahmedinejad en co even belachelijk vinden als wij. De woede zit soms erg diep bij de mensen en velen willen het land uit.
Ondertussen kunnen we dit op onze blog zetten. In Iran zelf merkten we dat vele reisblogs (en ook de nieuwssites) ongegeneerd geblokkeerd worden door de overheid, dus hebben we daar niks politieks geschreven. We kunnen wel wat frappante dingen over de politiek en censuur zeggen, maar die verhalen houden we voor thuis. Je moet ons maar eens uitnodigen :-)
Achteraf beschouwd blijven Persepolis en Isphahan toch de toppers van de reis en we zijn toch ook een stuk van ons hart verloren in het land.
Enfin, ondertussen zijn we dus in Turkije. De eerste week zaten we nog in het oosten, Koerdistan. Wij voelden ons er erg veilig, ondanks de grote militaire aanwezigheid. De aanslagen, die volgens de overheid en de modale Turk zeker het werk zijn van de PKK (al twijfelen we daar soms aan), richten zich steeds tegen het leger, en niet tegen toeristen.
Je hoorde misschien ook van de aanslag in Istanboel? Daar gaan we volgende week heen, maar wees niet ongerust!
Soit, wegens de kou (eerste sneeuw) zijn we in een razend tempo (80 km/uur) verdergereden richting Cappadocië. Daar was het al een pak warmer. We wilden er opnieuw naartoe, nadat we in september te zwaar gedegouteerd waren geraakt van de vele toeristen met uiterst bedenkelijke vestimentaire smaak.
Gelukkig kregen we gelijk en was de massa al weg. We konden ongestoord uren rondwandelen zonder andere toeristen tegen te komen. Het is echt een wonderbaarlijk landschap, maar als toerist wordt het geld wel uit je zakken geklopt, zodat de algemene ervaring negatief kan zijn. Zover lieten we het niet komen. We bezochten enkel de “minder” bekende plaatsen en vermeden de drukste plekken. We hadden nog een hilarisch momentje, toen een behoorlijk lompe West-Vlaamse familie op ons plekje kwam staan. Wij deden alsof onze neus bloedde, maar ze hadden snel door dat Marieke, die in de auto was, Nederlands sprak. Ze had het aan haar rekker, terwijl ze over mij zeiden dat ik “daar toch zo mooi tegen die boom stond”, kon ik me bijna niet inhouden. JE moet weten dat we als we Nederlands horen, over t algemeen zwijgen of overschakelen op bijvoorbeeld Spaans. We zijn tenslotte op reis en hebben dan niet altijd zin in gesprekken over de Belgische politiek of het huidige niveau van Club Brugge.
Oei, tis alweer lang aan t worden.
Verder:
Konja bezocht: een van de grootste steden. Leuke bazaar waar we nog wat dekens kochten, een wollen onderhemd (heerlijk!) en bezochten een pelgrimsoord met de begraafplaats van de stichter van de Derwisjen (die met die lange rokken ronddraaien!) Het moet zowat de laatste plaats zijn waar we nog traditionele Turken zagen, want ondertussen zijn we aan de Turkse Riviera beland en hier is de cultuur in de praktijk dezelfde als aan de Costa del Sol of Blankenberge. (beetje zwart-wit gezegd, ik weet het, maar t verschil met het binnenland-oosten is enorm!)
Onze eerste kennismaking was een strandje dicht bij Antalya, waar we bijna over onze nek gingen tijdens de picknik op het strand. Hordes bejaarden holden er heen-en-weer tussen de Duitse restaurants (“mit Schweinefleisch”), de Engelse Pubs met “tonight Manchester-Liverpool” en de lelijke persions die de hele kust ontsieren. En dan die kleren. Man, man man! Nooit gedacht dat een jaren-80-zonnebril het mooiste accessoire kon zijn bij een bierbuik, oranje baseballpet, nietsverhullende zwembroek en witte sokken die uit de crocs komen.
We waren er vlug weg, maar gingen niet al te ver, want het klimaat is hier goed en er is gewoon wel veel historisch erfgoed te zien.
Gisteren bezochten we de ruïnestad Thermessos. Hoog op een berg kan je tussen de woekerende vegetatie de resten zien van een theater, tempels en zulks meer van 2000 jaar oud. De ligging alleen is al wonderbaarlijk en het feit dat je gewoon mag rondlopen (geen rode touwen waar je tussen moet blijven) geven je een romantisch gevoel als van een ontdekkingsreiziger. Ook hier weer konden we vaststellen dat het hoogseizoen al voorbij is. Blijkbaar blijven de toeristen aan het strand hangen. Oef!
Vandaag een natuurgebied bezocht met een kloof van wel 600 meter diep! Machtig! Ik was in mijn nopjes, want er zaten wat bijzondere vogels (slechtvalk, blauwe rotslijster e.d.) en voor Marieke was het fijn om op zon plek nog eens op t gemak te lezen. We zagen welgeteld nog twee andere mensen in het hele park!
Vanavond klommen we nog een berg op om de eeuwige vlammen van Chimaera te zien. Uit een aantal spleten uit de grond komt gas, dat aan het oppervlak ontbrandt. We waren net op tijd om ons te installeren bij een vlammetje en konden dan rustig wachten tot het donker werd. Mooi en fotogeniek!
Onze verdere plannen bestaan uit het op temperatuur komen aan de kust, nu en dan iets bezoeken, toeristencentra vermijden en uiteindelijk naar Istanboel rijden/varen (overzetboot). Daar gaan we nog een dag of drie spenderen, voor we de koude terugtocht door Bulgarije en Roemenië verderzetten.
Zo. Voor de rest: we zitten bijna door onze voorraad vegetarische poeiertjes heen. Marieke heeft af en toe wat last van al-dan-niet-ingebeelde lichamelijke ongemakken en Ik heb te weinig tijd om alle fotos te bewerken die ik maak. Pff, op reis gaan hé!
Mijn ma komt dezer dagen terug thuis van Bolivië en Peru, dus daar denk ik veel aan. Verder mis ik onze vriendje toch echt wel al keihard en begint het werk toch ook alweer in mijn hoofd rond te spoken.
Allez. We gaan slapen en hopelijk morgen dit verslagje op internet zetten (we typen het eerst op onze mini-laptop.
Slaapwel!
-
- kort berýchtje uýt Turkýje (2010-10-31)
- Heý
even een kort berýchtje vanuýt Cappadocýe ýn Turkýje. We zýjn dus veýlýg en wel de grens overgeraakt en vrýj snel door het koude oosten gereden. Gýsteren werden we nog wakker met sneeuw, maar vandaag zýtten we alweer ýn betere regýonen en ýs het alweer 20 graden. We hebben gýsteren ook nog nýeuwe wýnterbanden gekocht, dus zýjn we wel voor alles klaar!
We zýjn van plan om nog wel een týjdje ýn Turkýje te blýjven (week of 3) om nog even aan de Mýddellandsezeekust te vertoeven en wat hýstorýsche plaatsen te bezoeken.
Aja, vanuýt Iran hebben we heel veel kaarttjes verstuurd, maar we vrezen dat er een deel nýet zal toekomen, omdat we ze gewoon op de bus deden ýn plaats van naar een specýaal postkantoor te brengen. Kan je het ons laten weten als je een kaartje uýt Iran gekregen hebt?
Genýet van de herfstvakentýe daar!
Bert en Marýeke
-
- Iran uitgebreid verslag (2010-10-11)
- Hei hei!
Eindelijk zijn we erin geslaagd een rustdagje in te lassen en is er tijd voor een deftig verslagje over Iran. We zijn min of meer op onze eindbestemming beland, zijnde Persepolis, waar de indrukwekkende resten te zien zijn van wat 2500 jaar geleden de hoofdstad van het Perzische rijk was. We gaan nog iets verder naar het zuiden om de stad Shiraz te bezoeken, maar daarna zetten we echt de terugweg in. We zitten goed op schema: we zijn nu 3 maanden weg en hebben nog een goeie 2 maanden om weer thuis te geraken. Moet lukken hé!
Omdat er zo veel te vertellen valt over dit schitterende land ga ik dit verslagje thematisch opdelen, kwestie van het een beetje overzichtelijk te houden. Hier gaan we dan!
De mensen
Nergens zijn we zo goed ontvangen als hier in Iran. We hadden al gehoord dat de mensen hier super vriendelijk zijn, maar toch moesten we het eerst zelf ondervinden voor we de diepgaande gastvrijheid hier konden begrijpen. Zo hoffelijk, zo charmant dat ze hier zijn!
Je komt ergens toe in een stad, parkeert de auto en meteen komt er al iemand op je af die enerzijds geïnteresseerd is (Where do you come from? What do you think about Iran? enzomeer) maar je anderzijds meteen wil helpen, zn telefoonnummer geeft voor als er problemen zouden zijn (You can call me and I will come to you, wherever you are...), je de weg wil wijzen in zn stad. Zonder opdringerig te zijn, overigens!
Het gevolg hiervan is dat onze problemen meestal snel opgelost raken (Bijv. als we vragen waar je brood kan kopen, stoppen ze een zak verse lappen brood in je handen, of als we vragen waar de boekhandel is, lopen ze gewoon mee tot de winkel in kwestie gevonden is).
Elke alleen reizende toerist is een doelwit voor de Iraniër die zijn (of haar, want de vrouwen doen mee!) Engels wil oefenen en wil weten hoe het er in het buitenland aan toe gaat. Want de informatie die ze hier via de media over het westen krijgen is beperkt en eenzijdig, net zoals het beeld dat wij van Iran voorgeschoteld krijgen helemaal gefilterd is. Het contact tussen de toeristen en de Iraniërs is dus één van de weinige gelegenheden om onze visies bij te schaven.
Bij deze kunnen we al meteen bevestigen dat 99 procent van de Iraniërs géén extremisten en terroristen zijn, en dat de nucleaire kwestie vreselijk overroepen is. Vergeet dit alles en onthoud dat de meeste Iraniërs zoveel vriendelijker zijn dan de gemiddelde Vlaming. We kunnen nog iets van hen leren! Zij leren nog de etiquette, terwijl wij die vaak niet meer kennen.
Iraniërs zijn mensen die vooruit willen. Ze zijn zich over het algemeen bewust van de moeilijkheden van hun land, maar ze blijven niet bij de pakken zitten. Jammer is dat bijna elke Iraniër die gestudeerd heeft naar het buitenland wil, wat betekent dat het land heel veel menselijk kapitaal verliest.
Velen die we gesproken hebben zijn echt knappe bollen. Ze hebben een diploma op zak, spreken heel goed Engels (terwijl de taal geen verplicht vak is op school en dus vooral in avondonderwijs onderwezen wordt), studeren vaak zelfstandig andere talen, kennen hun geschiedenis en de actuele problematiek. En vooral zijn ze heel nieuwsgierig naar het leven in het buitenland.
Iran is een theocratie (bestuurd door geestelijken), dus is het normaal dat het geloof hier sterk aanwezig is. Toch is het zeker niet zo dat elke Iraniër zich aan alle regels van de islam houdt (zoals moskeebezoek of de ramadan). Dit neemt niet weg dat de meesten toch diepgelovig zijn. De profeet Mohammed en de 12 imams (waarin de Sjiieten geloven) genieten hier ongelooflijk veel aanzien. Iran is trouwens het enige land waar de meerderheid Sjiietisch is. We hebben trouwens de indruk dat deze tak van de islam veel vredelievender is dan de Soennitische tak.
Er wordt gezegd dat elk gezin niet alleen een koran in huis heeft, maar ook zeker één dichtbundel van één van grote poëten van het land. Die zijn hier al even gerespecteerd als de volgelingen van Mohammed. Iedereen kan wel iets van poëzie opzeggen en de graven van de dichters zijn echte bedevaartsoorden.
Van Bert moet ik nog zeggen dat er hier heel veel schone meiden rondlopen, de enkele lelijke draken buiten beschouwing gelaten.
Ten slotte wil ik nog vermelden dat de bevolkingsexplosie die het land gekend heeft aan het uitdoven is. De mensen hebben precies door dat hun kinderen het heel moeilijk zullen hebben om werk te vinden (de werkloosheid is enorm, vooral onder de jongeren die ongeveer 70 procent van de bevolking uitmaken) en hebben dus beslist minder kindjes te maken. Kleine gezinnen zijn de norm geworden (ten minste in de steden, want in de dorpen loopt het nog vol kinders).
Door alle spontane ontmoetingen die zich hier voordoen zijn we bijna nooit alleen. Het zijn stuk voor stuk interessante ontmoetingen, maar het is voor ons een heel inspannende periode. Soms hebben we de tijd niet om alle indrukken op een rijtje te zetten. Want er zijn niet alleen de ontmoetingen, maar we zien ook zoveel mooie dingen waardoor we soms verzadigd raken. Maar we zouden het allemaal niet willen missen natuurlijk!
Gelukkig hebben we hier vlakbij Persepolis een Tourist Complex gevonden waar we 2 dagen gecampeerd hebben. Efjes bekomen dus!
De steden en dorpen
Tot dusver bezochten we Tabriz (een eerder lelijke grootstad waar je sowieso door moet als je uit Turkije komt, maar waar niet veel meer te zien is door verschillende aardbevingen), Qazvin (met al wat meer schone gebouwen) en ten slotte Isfahan, de parel van Iran. Wat we daar allemaal gezien hebben valt niet in woorden te vatten. Het centrale Imam-plein is het 2de grootste ter wereld en langs elke zijde staat een prachtige moskee of paleis, versierd met de welbekende faïence tegeltjes en frescos. Zoooo schoon! Naast de moskees zijn er de bazaars waar je uren in kan verdwalen, de mooi onderhouden parken om uit te rusten, en de rivier die door een 5-tal oude bruggen wordt overspannen. Op (en in, want het zijn een soort gangen met rijen portiekjes langs beide kanten) deze bruggen wordt er serieus geflaneerd (en in het geniep geflirt, zoveel is zeker). Heerlijk om te zien!
Op het programma staan nog Shiraz, Yazd en Kashan. Onze verwachtingen zijn groot!
In tegenstelling tot Turkije hebben we nog niet veel dorpjes verkend. Enerzijds omdat we de grote baan volgen en dus gewoon niet door dorpjes rijden, anderzijds omdat er minder zijn dan in Turkije. De meeste mensen wonen in de steden. Ze brengen hun vrije vrijdag (het weekend duurt dus maar 1 dag) wel vaak in een dorpje door bij hun familie. Zo ontmoetten we eens een hele familie die op het punt stond terug naar de stad te keren op vrijdagavond. We waren bij hun weekendhuisje (1 kamer groot) beland bij onze zoektocht naar een slaapplekje. Die waren zo blij ons te zien dat we hopen meloen kregen en natuurlijk op de foto moesten. Een man begon zelfs een vreugdedansje te doen (wat verboden is in het openbaar) omdat we pas getrouwd zijn. Leuk toch!
We zien af en toe wel een dorpje liggen en een paar keer zijn we afgereden om er een kijkje te nemen of een slaapplekje te zoeken (zonder resultaat). De huizen zijn opgetrokken uit leem en de straten zijn gewoon onverharde aardewegen. Stoffig dus!
Eén keer werden we in een mini-huisje binnengeroepen waar ik in een gigantische pot soep moest roeren voor de foto. Gek hoe de mensen ons hier telkens weer op de foto willen. We denken dat het voor hen een grote eer is met een buitenlander op de foto te staan. Maar het is toch bizar, zeker als je niet eens met hen gepraat hebt (meestal kunnen ze geen Engels), niets van hen afweet en dan willen ze toch een foto met je. Misschien moeten we zelf wat minder bang zijn om fotos te nemen van de mensen hier...
Het eten
Uit eten gaan is voor ons nooit makkelijk gezien Bert zn kaasfobie en mijn vegetarisme. We koken dan ook meestal zelf in onze Sven, maar eerlijk gezegd, de vegetarische burgertjes (die we met onze voorraad poeiertjes maken) en blikken bonen beginnen tegen te steken. Dus wagen we het er af en toe toch eens op een restaurantje binnen te gaan. In Isfahan vonden we een traditioneel ingericht eethuis waar je niet aan tafels zit maar op ligbedden eet. Op het tapijt leggen ze een grote plastiek zodat het netjes blijft. Het is telkens weer een beproeving van onze benen als we zo een zitmaaltijd meemaken. Bert kiest voorzichtig, meestal de kebab (in tegenstelling tot bij ons is dat dan gewoon een berg rijst met stukje vlees erbij) en ik gewoon wat er is zonder vlees. Typisch hier zijn de papjes, het is te zeggen, een soort pureetjes van groenten waar je dan het brood in dopt.
Over brood gesproken, dat is hier weer andere koek. Toen Bert voor het eerst brood ging halen kwam hij terug met een mega pak van ongeveer 50 vellen heel dun krokant brood. Na een week zaten we nog niet aan de helft en hebben we de rest ergens achtergelaten. Gelukkig hebben ze ook een ander soort brood: dikkere ronde vellen die ze opplooien en waar je broodjes mee kan draaien.
Als je een bakkertje vind (die zijn hier zeldzaam) worden de lappen vers voor je gebakken tegen de wand van een holle oven. Eerst zijn de vellen nog slap, maar ze worden snel hard en taai of krokant.
Enfin, het is toch al beter dan het papierbrood van de eerste dag, waar je je tandvlees zeer mee deed.
Dan hebben we het nog niet over de picknickmanie van de Iraniërs gehad. In elk park, maar ook gewoon op de middenberm van de autostrade of op een stoffig plekje langs de kant van de weg, zie je picknickers. Ze zitten altijd op een deken of tapijt en zijn uitermate goed geëquipeerd met grote thermos, gasfles met vuur en meestal een grote kookpot erop, waterpijp, brood, meloenen en vanalles en nog wat om te eten en te drinken. Vaak blijven ze niet alleen picknicken maar ook slapen wat ze doen in een hip iglootentje. We keken onze ogen uit toen we in een park een hondertal kleurige iglootjes zagen staan, niet in het gras, maar op de betonnen weggetjes tussen de grasperkjes.
Voor ons is dit wel ideaal, want zo voelen we ons super op ons gemak op de parkings van die parken, waar we al een paar nachtjes hebben doorgebracht.
Het enige waar we het een beetje moeilijk mee hebben is het vinden van winkeltjes om water, brood, groenten en fruit in te slaan. Kruideniers zijn dus gezaaid. Je moet ze echt weten zijn. En als we vragen waar we water kunnen vinden, verwijzen ze ons vaak door naar het kraantje iets verderop. Water is er genoeg, maar om onze darmen te sparen kiezen we liever voor flessenwater. Moeilijk te begrijpen voor de Iraniërs.
De kledij
Ik wist dat ik een sluier op moest en in de gids had ik gelezen dat je het beste af bent met een saaie manteau die je vrouwelijke vormen verhult. Dus kochten we vlak voor de grens een lelijke mantel die alles mooi bedekte. Ondertussen hebben we begrepen dat vrouwen hier best wel mooi en stijlvol gekleed zijn, ondanks alle bepalingen. Goed aansluitende vestjes (wel tot over de poep!) zijn geen probleem. Maar de mouwen zijn altijd lang en eronder moet natuurlijk een lange broek gedragen worden. Veel vrouwen dragen zwarte kleren en over alles heen nog eens een chador (meestal zwart maar vaak mooi geborduurd met blinkende zwarte draad). Hun gezicht is normaal wel te zien. Zwart zie je overal, maar je ziet ook wel kleurtjes. De sluiers bestaan in alle maten en soorten. Als je maar een stukje van je haar bedekt. Bij vele meisjes valt het doekje zo ver naar achteren dat je het bijna niet meer ziet. Wat je dan wel weer ziet zijn de vele lagen make-up die de vrouwen opdoen. Ik kreeg al 2 keer de vraag waarom ik geen make-up opdoe. Gek is dat vrouwen ook bij het sporten gesluierd moeten zijn. Zo zagen we eens 2 meisjes in fietskostuum, maar wel zedig en gesluierd.
Kleine meisjes zijn ook vaak gesluierd, maar volgens de wet moet het pas wanneer je aan hun “body fitness” ziet dat ze volwassen zijn (aldus een Iraanse jongeheer).
De mannen zijn over het algemeen netjes en smaakvol gekleed (short is uit den boze en een hemd is de norm). Hoewel we ook al rebelse punkers zagen met slonzige lange haren!
Het verkeer
Iran is het land met het meeste dodelijke verkeersslachtoffers ter wereld. Ze rijden dan ook als zotten. Toch vooral in de steden. Op de autostrade valt het goed mee, daar durf ik zelf rijden. Maar van zodra we een stad naderen moet Bert overnemen. Want je moet in de eerste plaats rustig blijven zodat je de stroom kan volgen en niet panikeren, dan komt alles wel goed. Vooral de ronde punten zijn een uitdaging, want regels zoals wij die kennen bestaan hier niet. Je moet vooral de grote broertjes respecteren en ook opletten voor de brommertjes die overal tussendoorschieten, maar verder lukt het wel.
De juiste weg vinden is niet altijd even simpel: de panelen staan heel laat (meestal op de plaats waar de weg splitst, dus te laat om ze te lezen) en vaak staan de steden enkel in het Farsi aangeduid. Onleesbaar voor ons. Op de hoofdweg staat het meestal ook in het Engels, maar toch ook weer niet altijd. Dus vaak is het zoeken en tot 5 keer toe vragen geblazen.
De brandstof kost hier 2 eurocent per liter. Echt echt waar! Je zou er euforisch van worden na de hoge prijzen in Turkije. Helaas maken ze het voor buitenlanders moeilijk. Bij de grens moesten we voor 200 euro kaarten kopen waarmee we dan 500 liter diesel kunnen tanken.
De lage brandstofprijs verklaart grotendeels de megadrukte op de wegen (vooral in de steden). Al die autos!
De meest voorkomende auto is een kleine pick-up (blauw of beige) die voor alles en nog wat gebruikt wordt. Daarnaast Paykans (namaak-Fiat van 30 jaar geleden) en ook heel veel Peugeot 405 ( grijze zoals van opa vroeger!) Daarnaast rijden er veel zware trucks die mooi beschilderd zijn. Maar ook die zijn oude modellen!
Er wordt massaal getoeterd voor alles en nog wat: pas op, hier ben ik! Oftewel: goeiedag toerist! Of nog: waw een vrouw aan het stuur!
Als je wil oversteken en de auto die afkomt flitst met zn lichten, dan betekent dit niet dat hij je laat voorgaan, maar gewoon dat hij je gezien heeft. Het is dus echt wel oppassen geblazen!
De geschiedenis
Om het kort te houden: Iran kent een pre-islamitisch en islamitisch tijdperk. Sinds de revolutie van 1979 werd er officieel minder aandacht gegeven aan alles wat pre-islamitisch was (zoals Persepolis bijv.), omdat de Islam plots in het centrum van alles kwam te staan. De mensen zelf zijn echter wel nog erg bezig met hun oude Perzische roots. De moskeeën zijn meestal wel behoorlijk onderhouden, soms in tegenstelling tot andere archeologische sites. Een echt toeristenbeleid is er nog niet, maar ze proberen er wel iets aan te doen. Zoals het in een folder gezegd werd zijn de toeristische faciliteiten nog onvoldoende maar wordt dit gecompenseerd door de behulpzame Iraniërs die je overal de weg wijzen of voor je willen gidsen.
Nu we hier zijn begrijpen we al veel beter wat het Perzische rijk geweest is. Een ongeloofelijk groot rijk met humane vorsten die de eerste verklaring van mensenrechten opstelden. Het is alleszins een mooie geschiedenis die ons best wat bescheidener mag maken.
Economie
Naast olie en aardgas draait heel veel hier rond eeuwenoude ambachten: de tapijten natuurlijk, maar ook veel andere zoals koperslagers, zilversmeden, miniaturisten, faïence, aardewerk enz. Hiervan zie je nog heel veel in de bazaars, waar de ambachten trouwens geconcentreerd zijn in bepaalde zones. Handig om prijzen en kwaliteit te vergelijken, maar je moet de zones wel weten zijn. De ambachtslui zijn ook nog echt gespecialiseeerd, iets wat we in Turkije ook zagen. Ze kennen hun vak! Zo zie je bijv. winkeltjes met enkel gasvuurtjes, schoorsteenpijpen of kookpotten.
Tapijthandelaars zijn iets heel aparts. We werden in het wereldje binnengesleurd onder het mom efjes uit te rusten bij een theetje (zonder enige aankoopverplichting) maar van het ene komt het andere hé! We waren ook wel nieuwsgierig naar wat meer uitleg. Die mannen kennen echt de knepen van het vak. Ze weten niet alleen heel wat over de achtergrond van de tapijten (die opgekocht worden van nomaden) maar ze weten ook hoe je emotioneel te chanteren.
Uiteindelijk kochten we toch een tapijt, maar niet in de eerste zaak die ons met alle macht had proberen overtuigen. We voelden ons precies al schuldig dat we niet bij hen maar wel bij een andere concurrent gekocht hadden.
Tot slot
Oef, wat een verslag. We zouden nog veel meer kunnen vertellen, maar het is tijd voor ons laatste bezoekje aan Persepolis.
Tot de volgende!
Ps: de antibioticakuur van Bert is afgelopen, dus normaal is hij genezen van de ziekte van Lyme!
-
- Warme groeten uit Iran (2010-10-03)
- hallo
We stellen het hier heel erg goed.
We zijn nu 5 dagen in Iran en hoewel we soms tegenstrijdige gevoelens hebben, is eht land voor toeristen eerder aangenaam en comfortabel. Marieke kan natuurlijk tegenspreken dat de sjaal en lange mantel die ze moet dragen heel erg warm is bij temperaturen van rodn de 35 graden...maar we hebben geluk dat het hier ondertussen ook herfst is. In de zomer is het pas echt niet te doen!
De afstanden hier zijn onmenselijk. Onze auto kan niet veel sneller dan 70-80km per uur, dus doen we gemakkelijk een hele dag om van de ene stad naar de andere te rijden over supergoeie autostrades met relatief weinig verkeer. Dat staat in schril contrst met de steden, waar het verkeer legendarisch chaotisch is. Amai, wat ze hier durven en toelaten zeg! Bijvoorbeeld zijn koplampen hier niet verplicht> Je kunt bijvoorbeeld leuke discolichtjes in de plaats installeren. Levensgevaarlijk in het donker, maar wel gezellig!
We reizen snel, omdat we snel op onze eindbestemming willen zijn: Persepolis> Dat is nog enkele duizenden kilometers en dsu nog een dag of 8. Omdat we maar 1 maand in het land kunnen blijven, doen we dat eerst> daarna zien we hoeveel tijd we overhebben om op de terugweg nog dingen te bezoeken.
We hebben al een paar hele interessante ont;oetingen gehad waarover we thuis lanuit zullen kunnen vertellen!
het si trouwens ook een mooi en vruchtbaar land. Mooier dan het oosten van Turkij, vind ik. Al is het laatste stuk hier wat saai geweest.
oei, deze bieb sluit!
we moeten weg.
hou ons op de hoogte van nieuws. dat missen we hier
doei
bert en Marieke
-
- Bert en Marieke in het land van de Koerden (2010-09-26)
- Omdat Marieke zich een beetje moetjes voelt, wordt dit verslagje u vriendelijk aangeboden door mezelf (Bert). Alle vorige verslagjes waren dus wel van de hand van mijn lieve vrouwtje.
Voor de ongeruste mensen onder jullie: het gaat goed, zowel met mijn ziekte van Lyme als met onze “araba-caravan”.
Enfin. Waar waren we? In Ankara zeker? We zijn daar vorige week vertrokken, richting De Iraanse grens. Zon 1000 km wachtten ons nog, evenals een heleboel dolle fratsen en spannende avonturen, waarvan je hier de neerslag vindt.
De laatste week hebben we veel meer kilometers gedaan dan voordien en hebben we minder dingen bezocht. Na Ankara stopten we ergens in een of ander stadje, waar we voor mij een hemd met lange mouwen zochten. De hoofdreden daarvoor zijnde dat een van de bijwerkingen van mijn medicatie een overgevoeligheid aan de zon is. Even belangrijk echter is dat ik er nu nog knapper uitzie dan ik al deed en dat ik op die manier minder opval, zeker in Iran.
We kochten er ook nog dikke dekens ( twee voor de prijs van 1) om de winter door te komen. Het zijn prachtexemplaren in een bonte kleurenpracht die niet zouden misstaan in een viersterrenhotel als waar we nu in de lobby zitten. En dat voor 25 euro.
De dag erop trokken we richting Cappadocië. Het toeristische Mekka van het land.
We volgden intuitief enkele van de vele bruine bordjes met bezienswaardigheden. Een eerste halte voerde ons naar een grotkerkje met 13de eeuwse frescos. Prijs: 4 euro pp. Zoveel hadden we nog nergens betaald! En het was een kleine ontgoocheling. In Macedonië zagen we veel mooier frescos gratis ende voor niks. Trouwens: de prijzen hier stijgen blijkbaar behoorlijk snel, te merken aan onze 5 jaar oude reisgids...
Door Cappadocie zijn we verder gevlogen om eerlijk te zijn. Onze hoop om in de herfst minder dichte drommen toeristen te vinden, bleek ongegrond. Ik was moe en had efjes echt geen zin om samen met een stel dikke Duitsers in een soevenirwinkeltje gedrumd te worden voor een miniatuurreplica van een rots met gaten in. We besloten dan maar om op de terugweg nog terug te komen. Dan zal het al november zijn en dan zijn er hopelijk echt minder toeristen.
We reden door bekoorlijke landschappen met hoge bergen en sliepen die nacht op het erf van een klein boerderijtje. We dronken thee met Achmed en Belkis -zoals het hoort- dit keer met een geroosterde mengeling van papaverzaadjes en graan. Het warme eten sloegen we beleefd af. Een moeilijk proces dat zowat 20 minuten duurde! Amai!
Goed geslapen die nacht. Tot zover het goede nieuws. Toen we een meter verder waren, bleek dat we een eerste platten tuub hadden. De voorband was plat. Misschien door het glas op de picknickplaats gisteren, misschien door de onvoorzichtige pompbediende die onze banden had bijgepompt?
Enfin, Reservewiel erop (met dank aan de uitleg van Lieven!) en dan eerst naar het volgende pompstation, waar bijna altijd een zogenaamde “Lastik” bij is, een bandenherstelplaats. In tegenstelling tot in België, was het euvel een half uur later hersteld voor een slordige 3 euro. Fooi inbegrepen!
Einddoel van die dag werd Malatya (jawel, van de pittabar in Oostkamp!). De voor de rest saaie en lange rit werd opgeleukt door de effecten van de boontjes in tomatensaus die ik de avond ervoor had klaargemaakt. Voor de ingewijden: het was even erg als die keer inde auto naar Cap d Agde! Amai!
Voor de rest weinig meegemaakt, behalve dan dat we een spectaculaire, grote ster zagen.
Helaas was die in onze autoruit. Door de eindeloze wegenwerken hier, liggen er veel kiezels op de baan. Een voorbijvlammende bus toverde een ervan om in een dodelijk projectiel. Gelukkig dat de zijruitjes dicht waren. Het sterretje laten we zo. Het is toch al groter dan een eurostuk (en volgens de reclame van Carglass is dat de limiet). Er gebeurt gelukkig nada noppes met dat sterretje, ondanks de vele putten en bulten hier. Geen zorgen dus!
Dan...effe denken...
aja: op weg naar Malatya...
Toen we na lange tijd nog eens een bruin bord zagen, wat op iets interessants wijst, sloegen we een klein weggetje in. We bleven efjes rijden, want we wisten eigenlijk niet wat we zochten. We vroegen de weg en de overbehulpzame man zou ons voorrijden. Na iets van 25 km, bekende hij dat hij eigenlijk ook niet wist wat we zochten. Met behulp van de alomtegenwoordige gsm en met het vertaalwerk van zijn zoon (doktoor, doktoor!) aan de andere kant van de lijn, werd duidelijk dat we mis waren. Wij maakten rechtsomkeer om ergens onder een stel mooie wilgen de laatste nacht van de zomer door te brengen. s nachts kwam nog iemand zeggen dat het zeker geen probleem was dat we daar stonden, temidden van niks tussen enkele bomen. Leuk om weten.
De volgende ochtend Malatya doorgereden en Koerdistan binnen. Malatya was weinig bijzonders dus snel verder, richting de mythische Nemrud Dagi (nen hele hoge berg met beelden op de top, moet je maar eens googelen) om nog op tijd de zonsondergang te zien. Onderweg stopten we nog ergens om de motor te laten afkoelen en om een theetje te drinken met enkele Koerden. Vriendelijke kerels die zoals velen hier een soort Rumikub spelen.
De rest van de bergrit was even mooi als lastig voor de auto. Maar het was allemaal de moeite waard toen we perfect op tijd (20 minuten voor de zonsondergang) op de bergtop aankwamen. En het beste van al: we waren quasi alleen! Nog een of twee autos stonden op het parkeerplekje.
Snel camera gepakt en naar de top zelf gehold. De machtige kleuren werden weliswaar gedempt door het vele stof in de lucht, maar het was zalig!
De verrassing was dan ook enorm toen we achter een hoopje stenen ineens een ander platform zagen met enkele honderden andere toeristen! Die waren blijkbaar langs de ander kant de berg opgekomen met bussen! Duitsers, Fransen, veel Japanners, Nederlanders...Pff geen fotos dus met enkel ons en de zonsondergang...
Maar allez. Alle anderen waren na 10 minuten alweer in de bussen om veilig in het hotel te raken, dus waren we snel alleen met de bewaker. Ik mocht welgeteld 1 nachtfoto maken (normal no, forbidden!) en dan gingen we in onze Sven nog wat lezen en slapen.
Voor de zonsopgang was er een zelfde scenario. Gelijktijdig met onze wekker, om 5 uur 30, hoorden we de eerste bus Jappen toekomen!
De zonsopgang -boven de Eufraat nota bene- was niet heel mooi, omdat het zwaar bewolkt was -met wolkbreuk- , mar ik kon toch nog eens wat fotootjes nemen van de monumentale hoofden die daar waren geplaatst voor een plaatselijke koning van 2000 jaar geleden.
Omdat er verder niet veel te zien was, besloten we verder te gaan en een Spaans koppel mee te nemen dat net als ons niet terug wilde naar Malatya, maar een kleinere weg verder wilde nemen richting het oosten.
Korte beschrijving van die kleine weg: Ongeveer 1 auto per uur. Iets van 6 meter asfalt, rotsblokken midden op de weg, haarspeldbochten, putten en verzakkingen en een gemiddelde hellingsgraad van 10 procent!
Een uitdaging!
Toen na een uurtje onze remmen slapper werden door de grote hitte (40 graden) en het vele remmen, stopten we om ze te laten afkoelen. Ook voor de Spanjaarden Toni en Juan uit Gerona was het een leuke pauze. De volgende zou minder leuk zijn.
Nadat de remmen het weer deden, ging efjes later met een krak de versnelling stuk! Ik had het laatste stuk in eerste naar beneden gereden, omdat we anders teveel moesten remmen, maar dat was geen goed idee blijkbaar...
Wachten op mensen, takeldienst gebeld en hop. Sven op de takelwagen (ondertussen nog een platte band door de scherpe rand van de takelwagen) en op naar het eerste stadje Kahta. Marie en ik in de takelwagen en de Spanjaarden bang en hobbeldebobbel in de Sven.
In Kahta een heel gedoe om de auto te herstellen. De koppelplaat en drukgroep waren stukgegaan. Na heel veel vijven en zessen is de plaat hersteld (20 euro). Die drukgroep was een groter probleem. In heel Turkije bleek er geen te vinden. Uiteindelijk hebben ze de oude er terug ingestoken (hij leek mij om eerlijk te zijn al niet eens stuk).
We hebben het gevoel dat ze ons erop hebben gelegd. We hebben uiteindelijk 140 euro betaald, maar dat is hier een half maandloon... achteraf lazen we in de gids dat Kahta inderdaad een slechte reputatie heeft... Aja: en de mannen, die als gewoonlijk veel aandacht hadden voor Marieke, waren hier best wel onbehoorlijk in hun praat! Best dat ik er niet bij was, anders...
Enfin. We zijn weer op weg en rijden en schakelen vlot! We reden door Koerdistan, met een feribot over een reusachtig stuwmeer dat de watervoorraad van Syrië en Irak aantast en door desolate hoogvlaktes naar een klein dorp voor Diyarbakir, de officieuze hoofdstad van het virtuele Koerdistan.
In het armoedige dorpje werden we door hordes kinderen omsingeld, maar ook vriendelijk ontvangen door een oud ventje met zijn hele familie (15 kinderen of zo). We gingen uitgebreid op de thee en leerden veel bij over het leven hier (armoedig, veel werklozen) en over de Koerden.
Diyarbakir bezochten we de volgende ochtend, na het ontbijt bij die mensen. Drukke stad met mooie muren, maar we waren te moe om veel te bezoeken. Een frisse regenbui spoelde onze
Sven eindelijk nog eens af terwijl we de weg verderzetten naar het Van-meer. De mensen zijn hier precies armer en -misschien door hun frustratie- iets minder hartelijk en goedlachs.
We zijn gisteren en vandaag verder door Koerdistan getrokken, langs heel erg veel militaire bases, met vreemd genoeg-Koerdische soldaten van het Turkse leger.
Last hebben we er niet van. We mochten zelfs slapen tegenover zon basis. Er is trouwens een staakt-het-vuren uitgegaan van het PKK tot volgende week, dus we hebben geluk!
Volgens de mensen hier hebben toeristen trouwens niks te vrezen.
We blijven hier nu nog een paar dagen in de regio om nog een kleine beetje voor te bereiden op Iran. We zijn een tikkeltje nerveus, wellicht onterecht. We zullen zien.
We weten niet hoe de internetverbinding en het toezicht op blogs in Iran is, dus maak je niet ongerust als we nu enkele weken van de virtuele wereld verdwijnen!
Vele groeten!
Bert en Marieke
-
- visa en ziekte van Lyme gekregen! (2010-09-18)
- We zijn nog steeds in Turkije en dat zal nog wel een paar weken zo blijven. Maar we stellen het hier goed. We hebben weer vanalles en nog wat beleefd dus is het tijd voor een nieuw verslagje!
We bleven een weekje in de Frygische vallei (tussen Seyitgazi en Afyon), een gebiedje waar je overal resten vindt van de Frygische beschaving van ongeveer 10 000 jaar geleden. In de eerste plaats zagen we een heleboel holen uitgehouwen in de puimsteenrotsen waar er duidelijk ooit mensen in gewoond hebben. Bert kon zich ontpoppen als amateurarcheoloog en vond heel wat potscherven maar ook vuursteensplinters die erop wezen dat sommige van die holen ateliertjes waren waar stenen gespleten werden tot mesjes. Rond die rotsen, die vaak heel bizarre vormen hebben, vliegt het vaak vol roofvogels.
Helaas komen er af en toe ook kuddes geiten en schapen rond die beschermd worden door grote en erg agressieve herdershonden. Ik had de schrik van mijn leven toen ik achternagezeten werd door 2 zulke gevaarlijk blaffende schepsels en de herder ze net voor de eerste beet terug kon roepen. Sindsdien zijn we op onze hoede!
Al bij al was het toch heerlijk rustig op de Frygische plekjes. Het doet er een beetje aan Cappadocië denken (naast de holen zijn de rotsen op zich al spectaculair omdat ze zo een rare vormen aannemen door de erosie), maar je ziet er bijna geen kat. Eén keer werden we wel wakker toen een horde Duitse gepensionneerden een Frygisch monument kwam bekijken waarvoor wij lagen te slapen in onze Sven. Wel grappig!
Op sommige plaatsen zijn er nog hele sites te zien met niet alleen holen, maar ook kerkjes uitgehouwen in de rotsen (of vaak enkel een façade), een akropolis, vergaderruimte, sporen van een oude weg enzomeer. Fascinerend!
In Gordion (daar waar Alexander De Grote de Gordiaanse knoop zou doorgehakt hebben omdat hij er niet in slaagde hem te ontwarren) bezochten we een museum over de Frygiërs waaruit bleek dat het om een ver geëvolueerde beschaving gaat en niet zomaar om een troep holbewoners. In dit gebied waren ze toch serieus sneller ontwikkeld dan bij ons. In en rond Gordion ligt het ook vol tumuli, heuvels waarin een of andere rijke kerel (waaronder allicht koning Midas die wenste dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen) begraven ligt tussen heel wat schatten. Interessant!
We keerden een paar dagen terug naar de beschaving, zijnde de stad Afyon, waar we nog eens op hotel gingen om te kunnen douchen en internetten. Het was er vreselijk druk, zo net voor het Suikerfeest (zeker als je een paar dagen in alle rust hebt geleefd), maar wel de moeite om halt te houden: in het stadje zijn nog hele wijken met allemaal Ottomaanse oude huizen met vakwerk en leuke kleurtjes. En er is een citadel op een uitstekende rots. De stad is bekend om haar lokum (Turks fruit), dus wilde we die wel eens proberen. Het was helaas immens druk in de winkeltjes omdat iedereen inkopen deed voor het feest, waardoor we bijna niet aan onze lokum geraakten. De Turken zijn heel vriendelijk, maar wachten is iets waar ze het moeilijk mee hebben: overal wordt je voorgestoken. De wet van de sterkste (lees: assertiefste) geldt hier dus.
Op een otopark reed Bert nog tegen een oude Fiat, waardoor diens deur helemaal dubbel toe zat. Gelukkig kenden de eigenaars van de parking ons ondertussen al (die waren maatjes met onze hoteleigenaar) waardoor we ze meteen aan onze kant hadden. Er kwam een heleboel volk bij om over de bluts te discussiëren. Uiteindelijk namen ze Bert mee naar een heleboel garages tot de kostprijs om de deur te vermaken was vastgesteld. Na nog wat onderhandelen (die mannen van de parking deden echt hun best om de prijs te doen zakken) betaalden we 100 TL (= 50 euro) aan de eigenaar, die er heel rustig bij gebleven was. In een goed uur was het zaakje geregeld en konden we weer verder. We waren toch maar opgelucht dat we niet tegen een sjieke Mercedes van een of andere opgefokte johny waren gereden!
Tussen Afyon en Ankara reden we opnieuw door dorre landschappen, af en toe onderbroken door een bizarre rotsformatie met holen. We rustten uit op kalme plekjes, deden de was en namen nog eens een boek in de hand. Maar vooral: we kwamen in dorpjes terecht waar het Suikerfeest volop aan de gang was en mensen ons overal wilden uitnodigen of vanalles en nog wat in onze handen kwamen stoppen. We vermoeden dat de vrijgevigheid van de Turken nog eens vertienvoudigd wordt tijdens die dagen, want de kilos tomaten, meloenen, brood en de kopjes thee die we kregen zijn niet te tellen (allez, ik overdrijf een beetje, maar toch, we kregen het toch echt niet allemaal op!).
Toen we ergens stopten om nog wat grotten te gaan bekijken, werden we rondgeleid door een plaatselijke huisvader die ons daarna op zn balkon uitnodigde om de plaatselijke zoetigheden te proeven. De zelfgemaakt drinkyoghurt die we daarbij kregen smaakte zo zuur en zat vol brokken dat ik toch even extra moest slikken (Bert kreeg het goedje al helemaal niet naar binnen, gelukkig drongen ze ditkeer niet aan...)
In een ander dorpje, waar we vlak naast de moskee mochten parkeren om te slapen, maakten we kennis met tientallen dorpelingen, waaronder de imam, de burgemeesters, een manneke dat naar Mekka was geweest (=een gerespecteerde Hadjii) en nog heel wat anderen. Eén familie had de eer ons op de thee (met baklava natuurlijk!) uit te nodigen terwijl heel hun familie ook was uitgenodigd (amai zoveel volk dat er daar toestroomde!) en s ochtends voor een traditioneel ontbijt met tomaten, gebakken aubergines en pepers, kaas, platten broden, honing, frietjes (!), ei en natuurlijk thee. Het was allemaal heel fijn om dat mee te maken en dankzij mijn basiskennis van het Turks konden we ook nog eens echt converseren, maar het was vreselijk vermoeiend waardoor we na deze nacht besloten om een slaapplekje te zoeken ver van de bewoning.
En toen konden we eindelijk naar Ankara. Het had geen zin er vroeger heen te gaan, want we moesten wachten tot we onze visa voor Iran zouden kunnen ophalen. We zochten en vonden (na lang lang zoeken) een zogenaamde Caravaning-camping bij een hotel, t.t.z. een parkingplek naast het hotel waarvan we wel het sanitair, het zwembad en de wifi in de sjieke lobby mogen gebruiken. En in feite is het een heel goed plekje als uitvalsbasis voor Ankara.
We zijn hier de 13de augustus toegekomen en een hele week gebleven om de stad te bezoeken, maar vooral om onze visa te regelen. Dat ging niet van een leien dakje: de eerste keer dat we bij de ambassade raakten (na een lange busrit en lange wandeling) bleken de openingsuren van de reisgids niet meer te kloppen en stonden we voor een gesloten deur. De 2de poging was vruchtbaarder: na veel geduld uitoefenen (2 uur) kregen we te horen dat we 2 dagen later terug mochten komen om ze op te pikken. De bediende van de ambassade sprak niet veel Engels, dus was het niet simpel alles uit te leggen en waren we er niet zeker van of alles in orde zou zijn, dus was het toch nog afwachten. Gisteren teruggekeerd dan hoera! Bert zn visa lag klaar.
Met het mijne was er een probleem want ik mocht geen bril ophebben om de pasfoto. Waarom die vent dat dan 2 dagen ervoor niet gezegd had weten we ook niet, maar we hebben zo het gevoel dat hij dat expres heeft gedaan. Allez zeg. We hadden uiteindelijk nog geluk, want we geraakten net op tijd de ambassade weer binnen met de goeie fotos (in kleur, gesluierd en zonder bril) en 4 uur later konden we ook mijn visa ophalen. Yes!
Tussen de visaperikelen door bezochten we het indrukwekkende museum van Attaturk en het bekende museum voor Anatolische beschavingen. We leerden ook couchsurfsters Cagla kennen met wie we het eindelijk eens in vloeiend Engels over politiek konden hebben. Dankzij haar hebben we Ankara ook eens s avonds gezien waar het best gezellig was en helemaal niet onveilig (zoals een ander meisje op de bus ons eerder had verteld). Verder rustten we uit aan het zwembad van het hotel, maakten kennis met 2 oudere Belgische koppels die op dezelfde camping kwamen staan (wat een toeval!) en een Frans koppel dat net als ons met een volkswagen busje op toer is. Gezellig om zo eens met lotgenoten samen te zitten!
Dan is er nog goed nieuws was onze LPG-tank betreft. Omdat we het koppelstuk thuis vergeten zijn dat we in de meeste landen nodig hebben om te kunnen tanken, was de kans groot dat we ooit zonder LPG zouden vallen. Maar gisteren hebben ze ons hier handmatig een koperen tussenstuk gedraaid en op de tank gemonteerd waardoor we nu probleemloos kunnen tanken. De manier waarop we geholpen zijn is ongelooflijk: zoiets zou in België helemaal niet kunnen. Van de ene naar de andere winkel doorgestuurd worden, mannen die hun werk plots laten staan om jou te begeleiden naar de juiste plek... Ondertussen nog getrakteerd worden op thee en dan nog het koppelstuk cadeau krijgen. De draaier wilde er echt geen geld voor. Allez zeg! Wat een service!
Minder goed nieuws is dat het een paar dagen geleden plots paniek was toen Bert een bizarre rode cirkel op zn borst ontdekte die allicht op de ziekte van lyme wees. Na wat skypen en heen en weer mailen met het thuisfront en na een bezoekje aan de dermatoloog van het dichtste ziekenhuis (Chaos! Gelukkig stak Bert er voor anders waren we nooit binnengeraakt...) waren we zeker dat het om Lyme ging en dat Bert meteen antibiotica moest beginnen nemen. Ondertussen hebben we de medicatie en zijn we gerustgesteld: door de antibiotica zou de ziekte niet aan zn 2de stadium mogen beginnen (waarin er allerlei vreselijke symptomen kunnen optreden). Dus, wij gaan verder!
Je ziet, we hebben een weekje vastgezeten hier op de camping, maar wel van alles en nog wat beleefd. We zijn hier ook met ons gat in de boter gevallen, want al het personeel van het hotel kent ons ondertussen en is super vriendelijk. Ze bieden ons thee aan, brood, hopen snoepjes, ze brachten ons naar het ziekenhuis voor consultatie, we mochten gratis bellen... En ze vinden het super dat ik een beetje Turks kan. Dat opent toch maar deuren hé!
-
- Zalige dagen in Turkije (2010-09-05)
- Merhaba!
Hier zijn we nog eens en ja hoor, we zijn al in Turkije beland! Zon 5 dagen zijn we hier, en ewel, het bevalt ons!
Griekenland waren we sneller weer buiten dan gedacht. Het was er nogal duur en we zaten toch niet meteen in een heel interessant gebied. Het laatste wat we er deden was een natuurgebiedje lijkend op het zwin aflopen (bij Lagos), waar zoet en zout water samenvloeien en het vol zat van vogels (o.a. pelikanen en een paar flamingos gezien). Ah, en ons laatste slaapplekje in Griekenland was anders ook wel heerlijk: op het strand van en piepklein baaitje zodat we de zee hoorden ruisen en s ochtends meteen het water in konden voor we ontbijt met zicht op zee namen. Heerlijk toch!
De grensovergang naar Turkije verliep vlot, al was het wel de ingewikkeldste tot nu toe: zon 5 verschillende controleposten moet je door. Ook moesten we een visum kopen , maar dat ging allemaal vlotjes. En voilà, meteen werden we welkom geheten door tientallen Turkse vlaggen. We vonden een veilig slaapplekje op het marktpleintje van een klein dorpje waar we nogal in de belangstelling stonden van de oude mannekes die op het terras zaten. Vrouwen en kinderen zagen we er niet. Ik kon meteen mn Turks gaan oefenen in het winkeltje en cafeetje. De raki die we dronken smaakte wel maar steeg precies nogal snel naar het hoofd. De cafebaas belde een maat op die Engels kon zodat die kon vragen waarmee hij ons kon helpen. Wel grappig.
Onze nachtrust werd rond 3u verstoord door een trommelaar die het dorp wakkerroffelde. Het is dan ook nog ramaddam, al hebben we de indruk dat er weinig Turken die echt helemaal volgen. Het getrommel maakt de mensen vroeg genoeg wakker, zodat ze nog voor de zon opgaat (uitgebreidà) kunnen eten en nog een uurtje of twee slapen..
We reden naar Eceabat en namen daar de veerboot naar Canakkale. Istanbul gaan we pas op de terugreis bezoeken. In alle stadjes heerst een drukte van jewelste: overal winkeltjes, kraampjes, volk op straat. Wel gezellig. Echt mooi zijn de steden niet, maar gewoon wel gezellig druk. En hier en daar staan er wel mooie gebouwen tussen. Het valt ook op dat de Turken van kleurtjes houden: de roze, oranje, blauwe en gele appartementsblokken sieren overal het landschap. Qua netheid is het hier een stuk beter dan de afgelopen tijd. De parkjes zijn verzorgd en er staan meer vuilnisbakken dan in de andere landen.
Van Canakkale ging het verder naar een schiereiland aan de kust waar we een slaapplekje vonden in Ocaklar, een ondertussen bijna uitgestorven toeristisch badstadje. We werden er uitgenodigd door overjaarse hippie Selcuk en weer kon ik mn Turkse basiskennis bovenhalen. Ik ben zo content dat ik daar tijd ingestoken heb! Want als de mensen hier al Engels of Duits kennen, dan is het ook maar basis. En het is gewoon heel leuk te merken dat je al heel wat weg kunt na een paar maandjes woordjes leren. Bert zit er soms een beetje stilletjes bij, maar dat de mannen hier meer aandacht hebben voor de vrouwkes, daar zal hij mee moeten leren leven... (nvdb: ik hou het in de gaten en bovendien zijnde vrouwkes hier ook wel de moeite waard :-)
Na Ocaklar reden we naar Bursa, vermoedelijk een van Turkijes grootste steden. We vonden vlakbij een heerlijk rustig slaapplekje in een officieel (en te betalen) picknickpark tussen de bomen. Campings zien we niet meer, maar dit plekje was nog beter! Bursa was de moeite om te bezoeken: veel moskees, een immense bazaar (met toch redelijk wat gesluierde klanten...), en gewoon weer gezellig druk overal.
Onze volgende ontmoeting hadden we in een klein dorpje (dat lukt toch altijd beter dan in de stad!) bij Bozuyuk waar we op Mehmet zijn grasplein mochten staan. Bleek die Mehmet toch wel een bijzonder persoon te zijn: hij was professor muziek aan de universiteit van Eksisehir en bespeelt een instrument dat nog maar door 15 Turken bespeeld wordt: de yayle tambur. Hij gaf ons zowaar een sprookjesachtig prive-concert. Het werd nog mooier toen zn maat Abdulah erbij kwam en nog een ander instrument bovenhaalde. Heerlijke traditionele muziek, bij een Turks wijntje, brood (amai ze hebben hier lekker brood! Altijd versgebakken mmmmm!), tomaatjes uit Mehmet zn hof en spaghetti van chef kok Bert. (nvdb: die ondanks alles bescheiden blijft)
We moeten toegeven dat we niet meteen door het meest interessante deel van Turkije rijden (het landschap is meestal nogal saai, dor, de wegen wel ok, maar eveneens saai... we vrezen dat de kleine weggetjes een beetje te veel putten hebben) maar de mensen zijn oh-zo-vriendelijk dat het gewoon leuk reizen is. Grootste nadeel van Turkije: de diesel is veel te duur (ong. 1,50 euro de liter, dat telt in zo een groot land!). Ons dagbudget loopt snel op en dat zonder te kamperen of dure dingen te doen.
Goed nieuws: we vonden zonet een goedkope autoradio en mp3-speler (65 euro samen + nog wat reservebatterijen) in een klein dorpje en voila, de boel is al geinstalleerd. Joepie! En nu maar hopen dat ze ons ander ruitje niet inslaan...
Ondertussen wachten we op nieuws over onze visa voor Iran. We hebben ze aangevraagd via een reisbureau omdat dit makkelijk zou moeten gaan en vooral sneller. Ze zouden binnen een paar dagen moeten klaarliggen in Ankara. Hopelijk loopt alles als verwacht! Spannend!
-
- Albanie tot Griekenland (2010-08-30)
- Het begint precies wat sneller te gaan: in een goeie week sjeesden we door Albanië, verkenden we het zuiden van Macedonië en reden we de EU terug binnen om eventjes te verpozen aan de Griekse kust.
Wat we over Albanië gaan zeggen, mag je zeker niet veralgemenen, aangezien we bijna enkel de hoofdweg over Tirane naar Ohrid (Macedonië) gezien hebben, maar het heeft (helaas?) toch ons idee over het land al bepaald... We waren het land nog maar binnen of we wilden er het liefst zo snel mogelijk doorheen. Bij het eerste stoplicht kwam een troep roma-gastjes hun handjes al door onze raampje stoppen en te smeken om snoep of geld. Het vuil en de verkrotte woningen langs de baan, de stank, de jonge verkopers langs de baan (bijv. van 3 watermeloenen), de beladen ezeltjes langs de weg en de straathonden deden ons meteen aan een derde-wereldland denken. Bert waande zich al terug in Uganda. De economie langs de baan bestaat vooral uit “lavazh”, zijnde mini carwashjes die niet meer inhouden dan een tuinslang en misschien een afdakje. Verder zagen we vooral garages, autokerkhoven en bizar, bizar, een heleboel meubelzaken met overal dezelfde kitscherige plastieken bankstellen. Of het iets met witwasserij te maken kan hebben, vroegen we ons af. Want hoe kunnen 50 meubelzaken langs dezelfde baan overleven? Ook staat het vol halfafgewerkte nieuwbouw (lelijk!) en afgedankte communistische fabrieken.
De doortocht door Tirana was een waar schouwspel. Ik keek mijn ogen uit terwijl Bert behendig tussen alle obstakels door laveerde. Veel wegwijzers stonden er niet, maar met behulp van een privebewaker die zich half door Bert zn raampje wurmde en ons bijna niet liet gaan zijn we terug uit de stad geraakt. Vermoedelijk passeerden we de voornaamste bezienswaardigheden (erfenissen van het communistische tijdperk) en dit zonder uit te stappen. We moesten toch een nachtje in het land blijven slapen want het werd al donker.
En eigenlijk best, want zo zijn we efjes de hoofdbaan afgereden de heuvels in. Toen we aan een oud echtpaar met een beladen ezeltje vroegen of we ergens onder een paar bomen mochten parkeren om te slapen, kregen we weer eens verse vijgen en tomaten in onze handen gestopt. Die mensen gaven ons een warme lange handdruk en zagen er zo vriendelijk uit dat we ons beeld over Albanië meteen een stuk bijschaafden. De grootste troef van het land is volgens onze reisgids dan ook de gastvrije bevolking.
De volgende dag reden we het land al uit. We hadden er geen frank verdaan, maar waren een heleboel beelden rijker geworden. Dat van de brand op de spoorweg waar de propvolle trein met gebroken ruitjes zomaar overreed is ook nog het vermelden waard, of de schapen die langs de kant van de weg de keel overgesneden werden. Gezellig land!
Het vermelden waard is ook dat er een nieuwe elite is van mensen in dikke, nieuwe BMWs of Mercedessen die in omheinde nieuwerwetse kastelen wonen en zich uitleven in luxueuse resorts met bewaking aan de ingang. Opnieuw maffia misschien?
We waren precies opgelucht toen we Macedonië binnenreden. We waanden ons al terug in de EU, maar later bleek dat het land nog in de wachtrij staat (volgens een madammetje houden de Grieken de toestreding tegen).
We zijn 2 dagen in Ohrid bij het Ohridmeer gebleven waar we een “appartman” huurden, een garage zochten om onze auto een onderhoud te geven (al 5000 km gedaan!), ons haar lieten knippen en het Unesco-stadje bezochten. Daarna trokken we langs het Prespameer een stukje de bergen in tot in het dorpje Brajcino. Een mooi voorbeeld van “sustainable tourism” waar een Zwitserse NGO voor iets tussen zit. We aten er lekker en goedkoop van de lokale keuken, trokken een dagje te voet de bergen in om te zweten en op de top van het uitzicht te genieten, en zagen de volle maan opkomen bij een verlaten kloostertje. Hoe schoon! We reden een stukje naar het noorden waar we in Krusevo een bizar oorlogsmonument in jaren-70-ruimtetijdperk--stijl zagen dat de overwinning op de Turken van begin 20e eeuw huldigt. We kwamen ook nog per toeval bij een Orthodox klooster terecht waar zuster Natascha (in zwart gesluierd maar wel met GSM) ons in het Engels een hele uitleg deed tot Bert er bijna bij flauwviel. Prachtig kerkje met frescos hadden ze daar! Dat is trouwens typisch voor de orhodoxe kerkjes: bijna alle muren zijn beschilderd met hun heiligen. In Macedonië zijn niet alleen de zusters gastvrij: na de babbels met de uitbaatster van het restaurantje in Brajcino en de verse limonade die we van Natascha kregen werden we getrakteerd op “home made” (hoe kan het ook anders?) thee in weer een ander klein dorpje, Raec waar iedereen ons graag op de koffie gehad had. Gelukkig kon de moeder des huizes een beetje Engels. Aleksandra bleek net als ons 26 te zijn maar ze had wel al een zoon en dochter van resp. 10 en 8 jaar naast haar zitten. Jadadde! Werken doet ze niet, maar ze houdt zicht wel bezig met tabak kweken en drogen, zoals zovelen in de streek. We reden door Macedoniës wijnstreek en proefden de lekkere Alexandria wijn. Een omweg naar Skopje zagen we niet meer zitten. We hebben ondertussen ook al ontdekt dat we liever afrijden naar kleine dorpjes dan rond te tjolen in grote steden (en ongerust te lopen over de auto...).
Griekenland dan. We reden meteen door naar Thessaloniki in de hoop daar ergens onze LPG tank te kunnen vullen. De aansluiting is hier anders dan in België en we zijn het tussenstuk vergeten. Stom. In Macedonië was er overal LPG maar nergens een tussenstuk voorhanden. Helaas hebben we hier in Griekenland nog nergens LPG gezien. Hopelijk vinden we binnenkort een oplossing, want onze frigo en ons vuurtje werken op gas.
Thessaloniki lag er trouwens nogal ingeslapen bij (in heel ex-Joegoslavië was zondag precies nergens een echte rustdag geweest, hier dus wel weer). Hier zag Bert trouwens de meest vieze wc totnogtoe. Je kan de bruine voetstappen die eruit kwamen meters ver volgen, wat iets zegt over de aard van de bedekking van de vloer. Over de rest willen we zelfs niet uitwijden. (Aan de andere kant zien we hier al veel meer containers en minder afval langs de wegen.)
We waren allebei nogal moe en het was weer veel te warm, dus reden we maar een heel stuk verder tot Lerissos, aan de kust, waar we een rustige camping met wasmachine en zelfs een paar gewone zit-WCs vonden. Joepie! Even relaxen dus voor we Turkije gaan binnenrijden.
A propos, het waait hier hierlijk! Eindelijk een beetje verfrissing na zoveel hitte! Of is dit al het einde van de zomer?
-
- Bosnie en Montenegro (2010-08-22)
- Bert ligt nog in zijn nest, maar mij is het veel te warm geworden in de Sven, dus tijd voor een nieuw verslagje. We staan vlakbij het Skadarmeer in Montenegro, een warme plek waar de bosbranden niet zeldzaam zijn en een leuk zwemplekje helaas niet makkelijk te vinden is. Puffen dus.
Onze laatste week in Bosnië was goed gevuld, met het bezoeken van een paar kleinere stadjes (Stolac, Blagaj, bleken minder interessant dan dat ze in de reisgidsen voorgesteld worden) en natuurlijk ook Mostar en Sarajevo. In Mostar hadden we geluk, want Jelle, een gast die Bert kent via de Balkanactie en die verhuisd is naar ginder, toonde ons het stadje en kon ons vanalles uitleggen over de oorlog en de actuele situatie. Mostar heeft zwaar geleden onder de oorlog, maar bijna alles is heropgebouwd. Zo ook de beroemde brug die de 2 stadsdelen verbindt. In de ene helft van de stad wonen Kroaten (katholieken), aan de andere kant zijn het Bosniërs (moslims). De rthodoxe oServiërs zijn er een minderheid. Voor de toerist is het islamitische gedeelte het interessantst. Het is ook heel mooi, maar helaas staat het vol van de souvenirwinkeltjes.
Topmoment van de dag is wanneer een zwemmer zich klaarmaakt om van de meer dan 20 meter hoge brug te springen. Er gaat een hele show aan vooral waarbij ze met de pet rondgaan tot er genoeg in zit om de sprong te wagen.
Tussen Mostar en Sarajevo rustten we uit op een camping bij het meer van Jablanica. Grappig is dat je hier kunt afdingen voor de camping. Ik vermoed dat ze gewoon 20 mark vragen aan de Bosniërs en 20 euro aan de buitenlanders, wat neerkomt op het dubbele. Maar niet bij ons dus!
In Sarajevo wilden we eerst het tunnelmuseum bezoeken, die tunnel onder de luchthaven was de enige verbinding met de buitenwereld toen de stad door Serviërs belegerd werd. Helaas was het al gesloten toen we het eindelijk gevonden hadden (geen wegwijzers, dus moesten we het 10 keer opnieuw vragen aan voorbijgangers die geen Engels konden...). De blijkbaar onbestaand camping die op de kaart aangeduid stond vonden we ook al niet, dus was het toch even tjolen. Dan maar aan de kant van een wegje in een dorpje op de heuvels met uitzicht op de stad geslapen. De voorbijgangers die hun avondwandelingetje deden keken nogal bizar. Een paar kwajongetjes waagden het zelf om ons met pruimen te bekogelen. Wat een pret! A propos, dat avondwandelingetje is hier de favoriete dagafsluiter. Al moeten ze daarvoor 10 keer hetzelfde straatje op en aflopen.
Sarajevo beviel ons wel, maar we waren helaas nogal moe en t was zoals altijd weer stikheet. Gelukkig konden we afspreken met couchsurfer Boris, een Servische journalist en vertaler die al zon 10 jaar in de hoofdstad woont. Zn Engels was soms té goed om te kunnen volgen. Hij toonde ons plaatsjes waar we anders zeker niet geweest waren, nam ons mee naar een cafeetje om boza te drinken (een moeilijk te krijgen drankje op basis van gefermenteerde mais) en vertelde heel wat over de oorlog en de gevolgen ervan. Hij was zelf in dienst geweest bij het Servische leger, maar zei dat hij geen bezwarende feiten had gepleegd, waardoor het voor hem mogelijk was om in Sarajevo te wonen (waar de meerderheid moslim is). Bizar toch. Helemaal verstaan we t nog niet, maar dat lijkt ook onmogelijk. Elke bevolkingsgroep heeft ook nog zn eigen versie van de feiten, dus een objectieve uitleg gaan we allicht nooit krijgen. Eerlijk gezegd vinden we de situatie nu niet erg gezond; Elke groep plooit zich terug op hun eigenheid en er is minder toenadering dan vlak na de oorlog. Het onderwijs bijvoorbeeld is gescheiden (Serviërs/Kroaten/Moslims) en ze krijgen dus elk hun eigen historische waarheid onderwezen...
In Sarajevo zagen we voor het eerst een dienst bij een moskee. Het zal wel niet de laatste keer zijn, maar dat is toch wel eens interessant om zien.
Na een lange dag rondwandelen in de hitte kwamen we terug bij onze Sven die we ergens langs de rivier, vlakbij het centrum, geparkeerd hadden. Goed plekje, hadden we nog gedacht, zo dicht en gratis op zondag. Helaas ook een goed plekje voor autodieven! Ruitje ingeslagen, radio, MP3 speler, GSM en 2 lenzen (voor Bert zn camera hé) kwijt. In totaal toch voor meer dan 1000 euro aan materiaal kwijt. Gelukkig lieten ze ook nog veel liggen en hebben ze ons geheime kluisje niet gevonden!
We wisten dat dit vroeg of laat zou gebeuren, maar toch hoop je dat het niet gebeurt. Wel dus. Flikken erbij gehaald. Die wisten ons te zeggen dat het een echt plaag is. Later lazen we op de site van internationale zaken dat Bosnië veilig is, maar dat er wel veel inbraken zijn in autos in Mostar en... Sarajevo. We hebben dus bijgedragen tot de statistieken. Nu, we zijn al blij dat ze geen papieren meehebben, dat we de laptop (met backup van onze muziek) de camera en belangrijkste lenzen nog hebben. Het zijn maar “spulletjes” he die ze meehebben. En in het vervolg gaan we nog voorzichtiger proberen zijn. Maar zeker ben je nooit...
Misschien nog even melden dat we de dag erna nog teruggekeerd zijn naar het politiebureau om een kopie van ons PV op te halen. De dag zelf was de chef er niet en die moest er zijn speciale stempel opzetten. Helaas zijn we voor niets teruggekeerd, want weer kregen we het papier niet mee. De vriendelijke flik van de vorige dag die Engels kon was er niet, dus konden we het niet echt uitleggen. De twee zwaarlijvige en dik besnorde luie flikken hadden precies ook geen zin om Engels te verstaan. Typisch!? Zo zie je maar dat de bureaucratie in België nog best meevalt.
Ons autoruitje kon bij de officiële VW-deler vervangen worden in “5, maybe 7 days”. Bij een kleine autoglashersteller lukte het in een uur voor 12,50 euro. Het is dan wel een plastieken ruitje, maar je ziet het verschil niet. Chance!
We hadden ondertussen een beetje genoeg van BiH en zijn meteen doorgereden naar Montenegro. Vlotte grensovergang. Klein baantje langs kloven en meer. We campeerden bij Aleksandar op een “camping” met “private beach” (gevaarlijke stijle stenen oever van 10 meter tot bij het water) maar zonder sanitaire blok. De wc bij het buur-restaurant konden we gebruiken tot sluitingstijd. Het is eens iets anders. Hij toonde ons wel zijn prive-museum over zijn grootvader die afstammeling is van King Alexander bij een glaasje schnaps van een kleine 50 procent. Amai!
We reden langs kleine baantje door verlaten heuvels naar de Kotorbaai en kwamen die van boven naar beneden binnenrijden op het mooiste moment van de dag: zonsondergang. Heerlijk zicht en wellicht de mooiste zonsondergang die we ooit zagen!
Een beetje voorbij Kotor vonden we een parkingplekje aan de kade waar het rustig slapen was.
Kotor zelf doet aan Dubrovnik denken (wel kleiner), maar is een stuk kalmer. Leuk stadje dus.
De zoektocht naar een rustige camping aan de kust was helaas moeilijk. We vonden wel een autokamp bij een megastrand, maar ik zag het verschil niet met een gewone parking. Een ander mini campingsje leek meer op een zigeunerkamp, waar de kippen vrij rondlopen en het afval overal gedumpt wordt (dit is trouwens iets wat veralgemeend kan worden naar heel het land). Uiteindelijk vonden we een goeie camping onder de olijfbomen, met beneden een rustig strandje met zicht op het eilandje Sveti Stefan (zouden mama en papa daar ook niet gestaan hebben?). Oef! Door uit te rusten en te niksen werden we jammergenoeg precies alleen maar vermoeider. Het moet zijn dat onze krachten een beetje op aan het raken zijn. Of is het omdat niksen ons gewoon moe maakt?
Dus toch weer verder. Naar het Skadarmeer. We werden een tijdje opgehouden in Virpazar omdat een brandweerauto het bosbrandje op de heuvel in de gaten hield. We hoorden het vuur vlakbij knetteren. En hadden we net niet 4 lifters mee zeker? Uiteindelijk toch kunnen passeren en een beetje verder afgeslagen naar een klein dorpje waar we vriendelijk ontvangen werden (zopas kwam een oud ventje nog vers geplukte vijgen brengen), maar waar de nacht ook vreselijk warm was.
Eens zien of Albanië verkoeling brengt...
(aanvulling: ondertussen in sneltempo door Albanië gereden en nu in Ohrid in Macedonië
-
- Dubrovnik en Bosnië (2010-08-12)
- Hier zijn we weer met een verslagje vanuit Bosnië-Herzegovina. Na een week drukte in Kroatië waren we toe aan een beetje rust en ontspanning. We zitten voor de 2de keer deze week in het natuurpark Hutovo Blato, in het zuiden van Herzegovina. Als je de kaart van Kroatië en Bosnië-Herzegovina (BiH) bekijkt zul je wel snappen hoe het komt dat we tussen Split en Dubrovnik al even komen verpozen zijn in dit oord van rust, of beter gezegd, vogelparadijs. Bert kon zijn vreugde niet op toen we hier tijdens een kayaktochtje bijeneters, wielewalen, spechten, zilverreigers, een hop en nog zo veel meer zagen. Er is hier een hotel waarbij we gratis op de parking mogen staan, elektriciteit kunnen nemen en heerlijke verse limonade drinken. Kortom, een ideaal plekje om wat uit te rusten. Morgen gaan we richting Mostar en daarna Sarajevo. Maar eerst nog even terugblikken op vorige week...
Na Split wilden we de Biokovo oprijden, een gebergte vlak bij de kust. Helaas was de toegangsprijs nogal hoog en ging overnachten daarboven moeilijk worden. Die nationale parken in Kroatië zijn me toch maar iets raars... Dan maar meteen doorgereden naar BiH (Bosnia i Herzigovina). We stonden eerst bij een lokale douanepost waar ze ons niet doorlieten, maar even verder reden we vlotjes de grens over. De drukte van de Magistrale (kustweg van Kroatië) lieten we al snel achter ons en we voelden ons meteen op ons gemak. Je ziet wel meer sporen van de oorlog dan in Kroatië en er zouden nog veel mijnen liggen, dus het is hier niet meteen een land om wilde natuurwandelingen te maken.
De mensen waarmee we tot nu toe in contact kwamen waren heel vriendelijk, dit in tegenstelling tot veel van de Kroaten die we ontmoetten. Ons eerste nachtje in BiH brachten we, zonder het te weten, door vlakbij de Kravice-watervallen. De avond ervoor was het lampje van onze koeling beginnen flikkeren en toen Bert s ochtends de motor aan het bestuderen was, kwam een buurman meteen een handje helpen. Hij was blijkbaar trucker en wist wel wat van autos af. Gelukkig zijn veel auto-termen redelijk universeel. Volgens hem was de thermostaat geblokkeerd, maar toen alles weer op zn plek zat en het koelwater aangevuld was, konden we weer verderrijden. Het probleem was allicht dat er te weinig koelwater in zat. We hebben de vent Belgische chocolade gegeven en zijn toen die watervallen gaan bezien. Volgens de gids is het een combinatie van Niagara en de Adriatische zee. Ietwat overdreven, maar het was wel schoon. Alleen jammer dat er geen voorzieningen zijn zoals WCs voor de massa zonnebaders en zwemmers die erop afkomt. Het kakgrotje ga je beter niet binnen zonder rubberlaarzen...
Nog iets opvallends is de duidelijke aanwezigheid van groepen katholieken (jongeren die religieuze liedjes zingen, mensen die in groep staan te bidden bij de watervallen, prenten van Maria op de voorruit van autocars... ) Toen kwam het uit dat Medugorje, een bedevaartsoord waar Maria niet zo lang geleden verschenen is aan enkele pubers, vlakbij ligt. Het schijnt een oord van kitsch te zijn, dus daarheen zijn we niet gegaan. Wel naar de Hutovo Blato en daarna terug naar Kroatië waar we met Lander en Stefanie hadden afgesproken die in Dubrovnik op huwelijksreis waren. De rit van 100km duurde 4u door verschillende grensovergangen en dus files + drukte op de Magistrale. Maar uiteindelijk belandden we bij het hotel van Lander en Stefanie voor een blij weerzien. Het deed deugd om weer eens met bekenden te kunnen babbelen. We beginnen onze maatjes toch een beetje te missen... Naast (gratis) zwemmen in het hotel (waw!) gingen we samen het stadje in. Het is er heel druk, maar toch zo mooi. Dubrovnik moet je toch wel eens gezien hebben. De toeristen neem je er dan maar efjes bij (allez, heel de tijd). Om de stadswallen te doen zijn we toch maar zo vroeg mogelijk gegaan en dat was maar best, want zo konden we op het gemak van het zicht genieten en fotos trekken. We namen ook een bootje naar het eilandje Lokrum waar het meteen een oase van rust was in vergelijking met het stadje. Misschien nog iets over Ruza Rooms, waar we 2 keer geslapen hebben. De kamer was heerlijk ouderwets, maar de gastvrouw was oh-zo-opdringerig en veel te vriendelijk en ik moest telkens weer luisteren naar al haar verhalen over haar reis naar België van 40 j. geleden... Madam heeft wel onze was gedaan, we hebben er goed geslapen, maar we waren toch blij als we weer weg waren...
Na 2 dagen Dubrovnik werden de toeristendrommen me te veel. Alles maar dan ook alles in de oude stad staat in het teken van de toeristen. Ik weigerde 6 euro de kilo te betalen voor pêches op het marktje (wetende dat ze hier normaal een stuk goedkoper zijn dan bij ons). Wat ook opvalt zijn de mega-cruiseschepen die er aanmeren en een inmense drukte veroorzaken. Zit daar eens op man! En dan telkens rijtje schuiven om aan-en af te meren. Moet de hel zijn, maar blijkbaar hebben die mensen er toch nog zin in.
We namen afscheid van Lander, Stefanie en Jade en reden terug naar BiH tot Trebinje. De weg naar de Hutovo Blato vonden we helaas niet zo makkelijk waardoor we anderhalf uur onze Sven hebben doen afzien op een hobbelbaantje vol putten en grote stenen. Het ergste was nog de krassen die je de takken hoorde maken. Hier en daar moesten we zelfs grote takken afkraken om door te kunnen, want draaien was geen optie. Maar al bij al valt te schade nog mee. En het was dan wel niet de juiste weg, we kwamen toch uit vlakbij onze bestemming! We blijven hier weer slapen om te bekomen in de natuur, te lezen, te fotograferen, te tekenen en ons “huisje” eens op te kuisen.
Berts beetje blog
Nog steeds hou ik de plaatselijke mensen en gebruiken in de gaten. Een aantal dingen zijn toch opvallend.
-In Kroatië zijn ze nogal nationalistisch: veel vlaggen, petjes, t-shirts en zo met de geblokte vlag.
-Hier is er geen geld voor extra wegwijzers zoals in Italië, met als gevolg dat we vaker verkeerd rijden.
-qua automoblielen is het hier helemaal anders: veel volkswagen (goed voor ons) en verder ook grappige “YUGOS” en “Zastavas”. Zoals je kunt raden, stammen die nog uit het communistische tijdperk. Het grappige is dat ze quasi exacte kopies zijn van de fiat panda en de fiat 500.
-Kroatië wil heel graag bij de EU. ZE profileren zich graag als Europees, maar ze voldoen nog niet aand e voorwaarden van de EU over bvb de terugker van de oorlogsvluchtelingen. Daar doen ze trouwens ook niet echt hun best voor. Het land is nu “gezuiverd” en ik heb de indruk dat ze Kroatië nu voor de Kroaten willen houden...
-Je merkt dat de mensen zich willen ontwikkelen: ze hebben geld nodig (van de toeristen) voor de heropbouw van het land. Dat doen ze dan ook ijverig. Waar ze kunnen, vragen ze geld (vaker in Kroatië dan in Bosnië-Herzegovina)
- Cevapcici is echt lekker. Ik eet weinig vlees, maar dat heeft me toch wel al gesmaakt! Deze lamsworstjes rollen ze bvb ook in bladerdeeg. Voor 1 euro heb ze op die manier gegeten!
-In Bosnië is nog heel veel werk aan de winkel. 90% van de huizen is nieuw of gerenoveerd na de oorlog. Meestal behoorlijk lelijke huizen, behalve in het platteland, waar ze nog traditioneler bouwen.
- in de dorpjes zie je nog authentieke mensen: schapenhoudsters, oude madammetjes met hoofddoek en twee wandelstokken die een koe gaan melken... Wel leuk om te zien, maar ik durf niet goed fotos te maken van die mensen. Ik kan het ook moeilijk vragen, want vooral hier in Bosnië spreken erg weinig mensen een andere taal...
- Hier in Bosnië-Herzegovina zijn er drie religies op een klein oppervlak.Gevolg is een architecturaal opbod van moskeeën, roomse en orthodoxe kerken. Vaak niet echt mooie, nieuwe gebouwen. Waar ze hier het geld halen om zon grote werken te doen, terwijl er toch dringender infrastrucuurwerken te doen zijn, weet ik niet.
- Er is heel veel graffiti. Hakenkruisen en het wellicht beladen getal “1950” zagen we veel in Kroatië. Hier in Bosnië-Herzegovina zagen we ook al “Tito”, “Ustace”(Bosnisch-Kroatische fascisten) en veel leuzen die we niet begrijpen. Het is wel duidelijk dat de jeugd hier nog altijd bezig is met de politiek en met het zoeken naar een identiteit.
Enfin, Marieke wil doorgaan om dit stadje (Stolac) te bezoeken, dus tot de volgende keer!
Fotos volgen een dezer dagen weer.
-
- Slovenie en Kroatie (2010-08-03)
- deel 1
--------------------------
We hebben de Europese Unie verlaten maar echt fijn is het voorlopig niet in Kroatië. Wildparkeren is hier verboden en in een gebied waar het wemelt van de mobilhomes lijkt het moeilijk om ergens een plekje te vinden waar de flikken ons met rust zullen laten. Dus staan we maar op een camping tussen al die andere sjieke bakken, ons klein te voelen... Ach ja, we zullen ons er maar bij neerleggen en ons best doen om ons niet te veel aan de toeristenzwermen te ergeren deze week.
Het weer valt nogal tegen, nu al 2 dagen regen en morgen zal het allicht niet veel beter zijn. Dat belooft voor ons bezoekje aan de Plitvice-watervallen!
Nog een minpunt is dat de weinige Kroaten de we al ontmoet hebben (in winkel, tankstation en informatiebureau) absoluut niet vriendelijk waren. Ook al iets waar we ons niet te veel op moeten fixeren, maar toch, na een heerlijk weekje Slovenië voelen we ons hier niet meteen welkom...
Even terugblikken op onze laatste dagen Slovenië. Ljubljana beviel ons wel, maar we hadden het precies wel rap gezien. Eerste couchsurfafspraakje, bezoekje aan een soort kraakpand, ethnografisch museum, kasteel hoog op de heuvel en de oude stad. Het is een gezellig stadje, maar het historische centrum is heel klein en het loop natuurlijk weer vol van de toeristen. We waren dan ook weer blij verder te kunnen rijden door de stille heuvels.
Volgende stop was het Cernknica-meer. Eren bijzonder natuurfenomeen. Door een complex van grotten en gangen eronder, verdwijnt het meer precies in de grond. Nu is er bijna geen water meer in, maar in de herfst stroomt het snel weer vol, waardoor het in én dag wel 40km² kan bedekken. Jammergenoeg regende het toen we er waren en hebben we niet meer gedaan dan een klein ommetje. Gelukkig zijn we toch nog naar het nabijgelegen gebiedje Rakov Skocjan gereden, want dat was precies wel de moeite: het water heeft daar serieuze sporen achtergelaten in de vorm van natuurlijke stenen bruggen, diepe “holen” in de grond met grotten eronder. Amai. We waren daar helemaal alleen (leve de regen) en hoopten stilletjes een beer te kunnen ontwaren, maar waren toch weer opgelucht dat er geen uit de zwarte holen sprong net toen we daar langskwamen ...
De Seznik zullen we een andere keer moeten beklimmen en ook de Skocjan grotten zullen voor een andere keer zijn, want van Cerknica zijn we meteen doorgereden naar Kroatië. Toch nog een laatste keer geslapen in een dorpje niet ver van de grens, kwestie van nog wild te kunnen kamperen. En amai, wat we die avond beleefd hebben moeten we toch nog efjes kwijt. Om het kort te houden: we zijn uitgenodigd bij plaatselijke dorpelingen die ons alles maar dan ook alles wat ze daar “home made” liggen hebben deden proeven: de tomaten en uitjes uit de tuin gingen nog makkelijk binnen, maar met de zelfgemaakte wijn (die ze met water mengen tot “Schpritsel”) ging het al moeilijker en hun zelfgestookte schnaps was al helemaal pure alcool. We kregen ook nog vanalles uit de moestuin mee en ook een hele zak honinggraten met nog wat honing tussen, waar je op moet kauwen. Wie er van hebben wil, kom maar halen! Maar allez, heel gastvrije gasten dus, ware het niet dat we onze glazen leeg moesten drinken want anders lieten ze ons niet gaan. Ekkes, toch efjes op de tanden moeten bijten. Blij dat we waren toen we terug in de Sven eindelijk gewoon water konden drinken om alles door te spoelen! Maar allez, t was toch een gezellig avondje geweest tussen die dronkenmannen. En mama Kristien, ik moet je nog de complimenten geven. Ze vonden je er super uitzien op de foto van onze trouw!
deel 2
----------------------------------------------
Hier zijn we weer, nog altijd vanuit Kroatië, maar toch alweer een beetje verder, nl. Split.
Onze eerste indrukken van het land zijn niet echt veranderd: het stikt hier van de toeristen en de mensen zijn over het algemeen behoorlijk onvriendelijk tot ronduit bot. Maar het land heeft wel heel wat moois te bieden, alleen moet je de drommen vakantiegangers er wel bij nemen. We bezochten de Plitvice-watervallen, de trots van Kroatië. Helaas ook een dure en veel volk trekkende bedoening. We waren zo slim om zo vroeg mogelijk te gaan toen er bijna nog geen kat was; Het weer "zat ook mee" want de aanhoudende regen heeft allicht nog een hoop bezoekers thuis doen blijven. Zo waren we toch efjes bijna alleen in het park om de natuurpracht van de watervallen die mekaar maar bleven opvolgen te bewonderen.
Meer moois zagen we in Zadar, een stadje waarvan het historische centrum op een schiereilandje ligt waardoor de kust met zwemmers overal vlakbij is. Ze hebben daar ook een waterorgel, uniek ding dat moderne klanken produceert door de werking van water en wind op een systeem van holtes ingebouwd in de dijk. Bert waagde zich in het koude water en wiegde mee op de golven en klanken van het orgel. Sjiek! Zadar is nog min of meer van toeristen gespaard waardoor het er leuk rondlopen is. Split heeft misschien wel meer te bieden (Diocletianus heeft hier een paleis laten bouwen voor zijn pensioen en er staat nog wel wat van recht) maar oh wee wat een massa volk en al die toeristenkraampjes! We hebben ons hier wel laten gaan: nachtje in een 4-sterren hotel geboekt (ja hoor! het stond op onze lijst dus wilden we dit ook doen... wie ons niet gelooft, kijk eens naar de fotos!) en sjiek gegeten in een restaurantje in het centrum. De sfeer in het avondlijke Split doet je trouwens nostalgisch worden... Toch nog een leuk dagje dus.
Buiten steden en watervallen hebben we redelijk gelaxed hier in Kroatië: lezen, zwemmetje doen aan een van de rustige strandjes die we toch telkens weer wisten te vinden (o.a. in Zaton en in Vinisce, 2 aanraders omdat het dorpen zijn die een stukje van de hoofdweg afliggen en dus rustiger zijn). We sliepen in variabele omstandigheden: van familiaire camping tot marginaal autokamp over een illegale "wilde" nacht aan de kade van Vinisce. Het is alleszins veel leuker wakker te worden en meteen de heldere zee in te kunnen springen dan op een overbevolkte camping met vuile sanitair te moeten staan. Maar vannacht gaan we dus eens goed maffen in een echt bed zonder te stikken van de warmte. Joepie!
-
- Op naar Ljubljana (2010-07-27)
- We zitten nog altijd in Slovenië, maar wel al een beetje verder. Weer eens gratis internet gevonden (dit keer in Skofja Loka, op een twintigtal kms van Ljubljana).
We hebben een paar heerlijke dagjes achter de rug. Puur genieten, echt vakantie!
Na ons verblijfje op de camping in Kobarid zijn we Mathieu en Els gaan opzoeken, een koppel dat we leren kennen hebben op de reisbeurs van wegwijzer. Ze hadden ons toen verteld over hun reis door de balkan met hun gele busje en hebben ondertussen een huis met 2 schuren en een stuk grond gekocht in een gehuchtje nabij Tolmin. Het was efjes zoeken, maar toen we "de gelen" zagen staan en een beetje later ook Els en Mathieu van tussen hun komkommers kwamen, zagen we meteen dat het goed was. Het is sowieso al eens leuk om met derden te kunnen babbelen want met 2 is maar met 2 he, maar bij hen voelden we ons alleszins meteen thuis. Ze wonen nog maar 2 maanden in Borovnica en hebben nog geen elektriciteit of warm stromend water, maar wel al courgettes en sla uit de moestuin, heerlijke vlierbessensiroop en -thee en al een paar huisdieren waaronder Cindy de relmuis. Binnen een paar jaar willen ze gasten ontvangen en vegetarische table d hôtes aanbieden. Ze hebben alleszins een heel schone plek uitgekozen: dicht bij het nationaal Triglav park waar je de hoge bergen vindt, maar er net ver genoeg vandaan om in de rust en weg van de toeristen te zitten. Mooi zicht op de heuvels en een goeie uitvalsbasis om te wandelen en fietsen. Wij stapten naar de dichtste top en amai, daar zagen we dat we toch nog wel eerder in de bergen dan in de heuvels zaten. Wat een zicht! Op de top vind je dan een metalen doosje met een boekje in waar je je naam in kan zetten. Zo zagen we dat we die dag toch niet de enige waren geweest...
Ewel, die paar dagjes ter plekke blijven hebben ons deugd gedaan. Lekker gegeten, veel beesten gezien (o.a. een vos, een gems en een das, die laaste was helaas wel dood...) en eindelijk eens een echte bergwandeling gedaan. Daar keek ik toch wel al lang naar uit!
Gisteren dan een heerlijk avondje. Op een zelfgemaakt houtvuur gekookt: rijst met forel (zelf...gekocht)en verse sla van Els en Mathieu! Zalig!
Heerlijk dat je hier ook gewoon mag wildkamperen. Zo slapen we toch iets geruster. De mensen zijn trouwens heel erg vriendelijk.
Ondertussen ook de Sven weer een beetje op orde gebracht (we zijn wel nog altijd op zoek naar rondellen om ons gasvuur weer naar behoren te laten functioneren. De oude waren helemaal verstorven. Tja, na meer dan 20 jaar...
Bert is nog druk bezig fotos te bewerken dus sebiet staan er weer nieuwe op.
Ik ken al een woordje Sloveens (zivio, adio, dobber dan), maar ze spreken hier best veel Engels. Heb al met een paar dorpelingen gebabbeld in het Engels, Duits en Italiaans. Mn Turks is voorlopig nog niet van pas gekomen.
Vanavond rijden we naar Ljubljana waar we hopelijk couchsurfster Natascha zullen zien.
groeten
Bert en Marieke
-
- AMAI in Slovenie (2010-07-23)
- Hier zijn we weer, dankzij het draadloze internet van de camping!
Je hoort het, we hebben nog eens een camping opgezocht, kwestie van ons vette haar te kunnen wassen, de frigo weer eens goed koud te maken, al onze high-tech apparatuur op te laden en eens een machinewas te kunnen doen na al die kleine handwasjes. Toch best dat we niet elke nacht camperen, want das hier behoorlijk duur (27 euro!).
Goed nieuws: we zitten in Slovenië en ewel, na een week door de Po-vallei rijden doet dat deugd. Meer zelf, gisteren hadden we warempel een euforisch moment toen we de Sloveense natuurpracht voor t eerst te zien kregen: bergtoppen half omhuld door slierten wolken bij warm avondlicht. Amai! t Is ook goed dat het hier niet meer zo heet is, want in de vlakte was het ons toch een beetje te warm. Vannacht dan ook niet meer liggen smelten in onze beddebak. Oef!
Verder hebben we nog niet veel te vertellen over dit land omdat we nog maar net zijn toegekomen.
t Ziet er wel naar uit dat de toeristen goed bediend worden (uitleg op de infoborden in het Engels en Duits – in Italië was dit niet het geval), maar hier op de camping zijn het toch vooral Sloveense toeristen dus dat valt wel mee. Oh ja, we zitten in het zuidwesten, bij een stadje genaamd Kobarid.
Onze laatste dagen in Italië waren eerder vermoeiend door de opeenvolging van stadsbezoekjes en weinig relaxmomentjes. Na Verona gingen we naar Vicenza en daarna naar Padova, waar we o.a. een kapel bezochten met frescos van Giotto. Schoon zulle! Maar warm, oh warm! We sliepen een paar keer op een parking van een dorpje tussen 2 steden in, maar daarover valt niet echt naar huis te schrijven.
En verder komen we nog altijd goed overeen, maar t moet wel gezegd dat de vermoeidheid al eens durft toe te slaan waardoor we wel een rustmomentje moeten inlassen, kwestie van Bert zijn humeur op peil te houden (en t mijne!).
----einde van Marieke haar deel---
heihei
misschien ter lering en vermaak nog enkele waarnemingen.
Enkele stereotypen van de Italianen kloppen wel:
-ze eten de hele dag door ijsjes (gelata), jong, oud en tussen de twee.
-ze lopen “goed” gekleed (toch in de steden) tis te zeggen: ze dragen kleren uit sjieke boetieks, maar das niet altijd even geslaagd. Deftige oude heren met een op maat gemaakte, maar knalgele broek (te hoog opgetrokken uiteraard) met daarboven een roze hemd en een Hermes-sjaaltje... toch niet mijn ding. Daar staat tegenover dat ik toch liever mijn trouwpak had meegedaan ipv mijn slonzigste toeristenkledij.
-Belladonnas lopen hier met bosjes over de locale “places-m-as-tu-vu”. Helaas ist meestal schoon van ver, maar ver van schoon. De grote gucci-brillen verhullen vaak gezichten die me doen vermoeden dat de tandheelkunde in Italie niet gedekt wordt door de ziekteverzekering.
-Fiat is een Italiaans automerk, Alfa Romeo ook. Ik schat dat ongeveer 95 procent van de autos een Fiat is. Vooral de koddige Panda en de ronde 500 kom je vaak tegen.Ik denk dat deze merken fiscaal aftrekbaar zijn of zo.
-De maffia zit echt overal. We waren ergens gestopt bij een meertje en daar zaten oude mannen te kaarten. Niks aan de hand denk je. Tot bleek dat een van die mannen zodanig schor en mysterieus sprak dat hij wel een peetvader moet zijn! Hij was op zijn hoede, want hij had het over manieren om vissen te doden na de vangst. Als dat geen duidelijke codetaal is?
-Langs de grote wegen zijn heel veel nieuwe kantoorgebouwen die ofwel half afgewerkt, ofwel leegstaand zijn. Op vele van hen zijn graffittileuzen gespoten om dit aan te klagen. Misschien de tanende economie, maar misschien ook plaatselijke ontwikkelaars die een vuil spelletje spelen?
-als je savonds laat en pittabar zoekt, ben je eraan voor de moeite! Overal Pizzerias, maar voor wie geen kaas lust, is dat niet echt een goeie oplossing :-( En een frietkot kennen ze hier niet! Ik ben nu al 15 dagen aan het afkicken...
-wijn is hier supergoedkoop! 70 cent voor een glas. Bier en fruitsap zijn een pak duurder!
-Over het algemeen zijn er veel minder charmezangers in de straten dan je zou verwachten. Nog nergens werden we op een wandeling vergezeld van een romantisch “o sole mio”. Dat de regering Berlusconi daar maar eens iets aan doet!
-Tim Piceu heeft geluk dat hij hier niet werkt! De regering wil de assistenten op universiteiten afschaffen. Overal is daar protest tegen, onder andere door hongerstakingen of door examens af te nemen op openbare plaatsen zoals een park. Naar het schijnt wordt op zo n momenten door middel van toetersignalen van autos gespiekt. (oke, dat laatste is verzonnen)
-Italiaans is best wel te verstaan, alleen moeilijk te spreken. Marieke spreekt Spaans, maar dan met een “i” op t einde van elk woord. “Dosi Servesi per favori”. Ik probeer hetzelfde met mijn Franse woordenschat. En ze verstaan het nog ook!
Oei, als je onbeperkt internet hebt, gaat de tijd rap. Tijd om af te sluiten.
Au Revoirissimo! Bert
ps: in ons vorige stukje zijn de w en de z soms omgewisseld door het querty toetsenbord. Wij begraven tot nader order geen doden!
-
- En nu groeten uit Verona (2010-07-19)
- we zijn ondertussen dus ql in itqlie gearriveerd; hier hebben ze blijkbaar qwerty-toetsenborden...
We hebben al veel meegemaakt sedert Grenoble, maar gelukkig nog niks ergs.
Onze Sven heeft zn best gedaan bij het oversteken van de Alpen, òaar het was toch af en toe zweten en pauseren om de motor de laten afkoelen.
14 juillet vierden we in een klein dorpje waar er massaal veel vuurwerk werd afgeschoten boven een meer, waarbij de meeste toeschouwers helaas Hollanders en Vlamingen waren. De Alpen zijn best mooi, maar al die (wieler)toeristen hadden we er liever niet bij gehad. Dan maar redelijk snel doorgereden naar Italie.
Eerste stop in een klein dorpje om te tanken. Best dat ze toch een beetje Italiaans kunnen (dankzij een paar films en liedjes) want de Italianen die een mondje Engels of Frans srpeken zijn dun gezaaid.
Een paar dingen die ons zijn opgevallen in dit land:
- vreemde ronde punten met maar 2 wegen, dus onnodig en ook veel te veel verkeersborden. Zit de maffia hier voor iets tussen?
- in de Po-vallei wordt veel rijst gekweekt. Helaas brengt dat ook veel muggen met zich mee. We staan al vol beten. Dergelijke vervelende beesten vliegen af en toe te pletter tegen onze ruit. Zie foto.
- ze fietsen hier!!! Althans in dezelfde Po-vallei, waar het plat is. Mooie fietsen zelfs, en oud en jong heeft er een.
- Turijn is een heel schone stad, we waren verrast.
- Voor Hollanders is het hier een beetje duur. Dit constateerden ze toen tot 2 maal toe een gezinnetje op een terrasje ging zitten en weer vertrok nadat ze de kaart bekeken hadden...
- we begraven de doden hier in klein huisjes, waarvan de kerkhoven dus volstaan. Zie foto.
De Po-vallei is nogal saai dus zijn ze snel doorgereden. Toch nog een aantal schone dorpjes gezien (waaronder een verlaten spookdorpje waar we geslapen hebben. Verder sliepen we weeral in everzwijnengebied en ewel, we waren daar toch niet echt op ons gemak, maar niets gezien.
Nu zijn we in Verona. Ook heel mooi maar wel veel toeristen en daar houden we toch nie zo van. Sebiet weer een nieuw slaapplekje gaan zoeken.
Ciao!!!
-
- Groeten uit Grenoble (2010-07-14)
- Oef,
warme groeten vanuit Grenoble op quatorze juillet
We hebben er al een moiie reis opzitten. We vertrokken donderdag. Eerst een nachtje aan de Belgische zee om te testen. en best! We waren onze matras-overtrek vergeten en ook mijn vest...
Daarna zijn wew via Champagne en de Bourgogne naar de Alpen gereden. We kamperen voorlopig wild (graauwl!)
Hele mooie plekjes hebben we gevonden: tussen de wijnvelden, een heuveltje bij Vézelay of gisteren een bos bij het meer van Le Bourget.
Voorlopig nog geen pech gehad. Wel een hele zware wolkbreuk in Autun (op t nieuws geweest?) en daarnet moesten we aan alpenpas over. Dat was wel zweten! De motor werd nogal warm van het bergop-rijden-in-derde-aan-30-per-uur.
Nog geen bijzondere evenementen meegemaakt.Ik stond wel al eens oog in oog met een everzwijn, maar mijn stoere karuur moet indruk gemaakt hebben zeker?
We eten goed, wassen onze kleren en ons haar met zuiver water uit een beek en hebebn nog niet veel ruzie gemaakt (nu efjes wel omdat Maria ice-tea over mijn broek mikte, net op de goeie plek, hier in het drukek centrum van de grootstad...)
maar enfin. Ik laat Marie nog even aan het woord...
Hallo, Marieke hier, helemaal bezweet amai tis hier warm, bij jullie ook?
Sebiet rijden we verder richting Italië, al gaan we de grens vandaag nog niet kunnen oversteken. Best eerst even een camping zoeken om een dagje te relaxen in de Franse Alpen.
Reizen met de Sven is best wel comfortabel. We hebben zo ongeveer alles wat ons hartje begeert. Alleen gaat alles wel een stuk trager dan thuis (vooral wanneer Bert achter het fornuis staat, al doet hij dat niet slecht, en ook als ik mezelf mn dagelijkse wasbeurt geef. In zo een klein "badkamertje" is dat nie simpel. Maar allez, we hebben dan ook alle tijd hé.
Volgend verslagje, hopelijk mét fotos (Bert heeft er al hele schone, maar dat dachten jullie wel al hé!) zal waarschijnlijk in Italië geschreven worden. Vermoedelijk gaan we maar één keer per week internetten. Dus, tot de volgend hé!
Dikke zoenen!
Marieke en Bert
-
- voor het vertrek (2010-06-26)
- Zo, deze site staat min of meer op punt.
ik had gehoopt om een deftigere site te maken, maar omdat we over 7 dagen ons trouwfeest vieren, is er maar weinig tijd. Geen volledige functionaliteit en ook enkel leukigheidjes moeten afvallen. Misschien werk ik er nog aan verder als ik me tijdens onze reis verveel...
Ik moet zeker ngo een gastenboek installeren, maar dat is voor later!
Voorlopig kan je gewoon mailen naar ons!
Veel leesplezier. En als je de updates wilt krijgen, laat dan je emailadres achter!